‘Met dit weer? Waaien, koud, regen…. zotten!’ We zijn zelf ook niet helemaal zeker of het wel een goed idee is, maar we gaan tóch. Ik google op kleine campings en camperplaatsen en zoek er eentje uit waar we nog niet geweest zijn. Bastogne, in de Ardennen.
Buiten is het grauw en grijs. Binnen ligt het nog heerlijk knus onder het dekbed. Ik heb heel slecht geslapen en elk uur wel eens wakker geweest. Behalve vanaf dat de wekker om 8 uur ging. Uitgezet en weer ingedoezeld, en pas laat wakker geschoten uit een nachtmerrie. Opstaan dan maar. Luc had net een ketel water op het vuur gezet voor de koffie.
‘Zijn jullie al wakker? We gaan nog even naar de winkel en dan komen we naar jullie’. Ik zeg dat we allang wakker zijn, en met een ‘tot zo!’ hang ik op.
Al veel te lang geleden dat we nog eens met de camper weggegaan zijn. Maar nu de koppeling weer gerepareerd is, en het weerbericht de eerste zonnige dag van dit jaar voorspelt, gaan we er maar meteen van profiteren. Na alle gedoe van de laatste tijd is het tijd om effe te ontspannen.
Helemaal voorbereid en goed op tijd vertrekken we voor een tripje richting Ardennen. We hebben thuis online al heel wat campings opgezocht en uiteindelijk gekozen voor eentje die er, volgens de foto’s en beschrijving, heel charmant en gezellig uitzag.
De wekker gezet zodat we extra vroeg kunnen vertrekken vandaag. Ergens tussen ’s avonds laat en ’s morgens vroeg is er iets mis gelopen en is die wekker onbewust geannuleerd. Maar ach, we hebben eigenlijk toch tijd zat. Eerst dan maar op het gemak ontbijten. Met één kom koffie. We hebben nog steeds dat Noorse pak koffie maar eerlijk gezegd is dat echt niet te zuipen. Straks maar weer andere kopen.
De druppels tikken op het dak. Zachtjes. De berg aan de overkant van het meer is nog gedeeltelijk gehuld in een dunne laag mist. Af en toe krijst er een meeuw maar verder is het hier stil. We hebben geen haast vandaag dus we blijven nog even lui liggen. Als even later de regen gestopt is en er een flauw zonnetje doorkomt, staan wij toch maar op. Eerst koffie. En een paar afbakbroodjes in de omnia.
Het wordt al vroeg warm in de bus. Ik sla het dekbed weg en schuif het gordijn opzij. De zon! En niet zo’n beetje. Ik baal er al wat van dat we ons verslapen hebben maar zie dan op m’n gsm dat het nog maar 7 uur is. Ik draai me nog heel even om maar slapen lukt niet meer. Voorzichtig stap ik naar buiten en blijf even afwachtend staan. Niks. Geen muggen, geen knutjes, gewoon niks. Zalig. We drinken onze koffie buiten, zonder hysterische bewegingen.
Vandaag ben ik al heel vroeg wakker. Té vroeg eigenlijk. Echt slapen lukt niet meer. Ik zet vast een fluitketel water op, ondertussen was ik me en kleed me aan. Ik laat Luc nog wat verder slapen, en ga met m’n koffie een tijdje in één van de hutten aan het water zitten. Het is stil zo, er is verder niemand.
Als er na een paar hectische en druilerige weken zonnig weer voorspeld wordt, laden we wat spullen in en zijn we weg. Luc moet ergens in Nederlands Limburg nog iets oppikken wat ie besteld heeft, dus dan gaan we daar in die regio wel ergens een plekje zoeken. Onderweg al een klein beetje spijt van dat plan. Ik zeg altijd wel dat het overal mooi kan zijn, als je het maar wil zien. Maar onder het rijden zie ik daar nog niet veel van. Net voor we op de uitgekozen minicamping in Well bereiken, verzuchten we nog dat Nederland eigenlijk toch wel het allersaaiste kampeerland moet zijn.