De laatste plaatjes van deze vakantie. Ik kan er niet veel meer van maken. Nadat we gisteravond, na het cafébezoekje, weer aan onze bus waren, begon het opnieuw te gieten. Het plan om nog buiten te zitten met een kampvuurtje daarmee wegspoelend.
Hoe verder we richting huis rijden, hoe grijzer ons uitzicht wordt. We gaan zelfs even helemaal de mist in. Miezerige regenbuien wisselen af met hevige regenbuien, en de landschappen glijden onzichtbaar voorbij.
“Buiten natuurlijk”, antwoord ik op de vraag waar we onze koffie gaan drinken. Met 2 strandstoelen van de boer, en 2 schapenvachten uit de bus installeren we ons met zicht op de paardenwei. De paarden hebben allemaal een bel rond de nek, waardoor het klinkt alsof we tussen de schapen zitten. Als mijn hoogte-app een beetje correct is, dan zitten we hier op bijna een kilometer hoogte. Het is koud, heel koud. We klemmen onze bekers stevig tussen 2 handen, om het zo een beetje warmer te krijgen. De weer-app zegt dat het nu 6 graden is, en een gevoelstemperatuur van 3 graden.
De eenden, ganzen en zwanen in het meer tegenover ons trekken zich niets aan van het grijze weer. Ze dobberen gewoon rond, net als anders. Het is kouder dan anders. De regen plenst op het dak, al de hele nacht, en wij wikkelen ons nog eens warm in het dekbed.
Slecht geslapen deze nacht. Geregeld word ik wakker en zie dan dat het nog te vroeg is om op te staan. Het enige wat ik steeds zie als ik naar buiten kijk is de volle maan. Mooi! Met dat uitzicht val ik ook iedere keer weer terug in slaap. Pas als het al licht begint te worden besef ik dat het gewoon een straatlantaarn was.
Ik word pas wakker als Luc het water al bijgevuld heeft, en de koffie klaar is. Zo vast heb ik geslapen. Als ik naar buiten kijk snap ik waarom. Alles is nat, en niks slaapt zo goed als met regen dat op een dak tikt.
Luc heeft het koud deze ochtend, en trekt een extra vest aan. Ik vind het met de temperatuur nog wel meevallen eigenlijk. Een jas of iets anders met lange mouwen is overbodig. Ik pak m’n toiletspullen, zuivere kleren en handdoeken in. “Ik wacht wel af wat jij van de douches vindt “, zegt Luc. “Misschien sla ik wel over met deze kou, heb er nu helemaal niet zo’n zin in”. De douches zien er tof uit, in dezelfde stijl als de rest van de camping. Een houten gebouw, een natuurstenen vloer, in ieder hokje hangt een grote regendouche aan een dikke eiken balk. Veel en warm water, het is zalig. Zo’n douche zou ik thuis ook nog wel willen. Als ik terug aan de bus kom, steek ik m’n duim op naar Luc. “Gewoon dóen man, je krijgt er geen spijt van!”
Het is maar langzaam wakker worden vandaag. We blijven twijfelen wat we gaan doen. Er een rustdag van maken en blijven staan? Tegen half 12 hakken we de knoop door, we gaan weer verder. We rollen de luifel terug op, laden de spullen in, doen de klusjes, draaien de stoelen om, en om 10 voor 12 rijden we de camping af. Dat ging snel.
“Gaan we samen of apart douchen?” vraag ik als we ontbeten hebben. “Doe maar apart”, zegt Luc, “de douches zijn hier erg krap. Ga jij maar eerst, dan laad ik vast in en ga ik als jij terug bent.” Met mijn tas spulletjes ga ik naar het 8-hoekig sanitair gebouw. De douches zijn gedateerd, volgens mij typisch jaren ’80, maar goed onderhouden. Het water is lekker warm, wat wel zalig is op deze frisse ochtend. Terug aan de bus geef ik Luc wat tips mee. “Als het bij de herendouches hetzelfde ingericht is als bij de dames, dan moet je de middelste douche nemen, die is ruim. De hendel van de kraan draai je helemaal naar links voor goed warm water.” Kwartiertje later komt ie frisgewassen maar klappertandend terug. Er was een loodgieter aan het werk bij de herendouches, en zodoende moest ie het doen met een straal ijskoud water. In ieder geval kunnen we nu verder rijden met een goed wakkere chauffeur.
De dag begint bewolkt, maar toch ook zonnig. We kijken uit over een weidse vlakte. Vanwege de wind moeten we snel onze koffie leeg drinken voor ie koud is.