Helemaal voorbereid en goed op tijd vertrekken we voor een tripje richting Ardennen. We hebben thuis online al heel wat campings opgezocht en uiteindelijk gekozen voor eentje die er, volgens de foto’s en beschrijving, heel charmant en gezellig uitzag.
Ik heb keelpijn, ik piep en hoest en snotter. Voor de zoveelste keer zien we ons kampeerweekend weer in het water vallen maar na een lading siroop en tabletjes van de apotheek gokken we het er gewoon op. We vertrekken deze keer al op vrijdag na het werk. Het wordt Dasburg, een klein dorpje in de Eifel. Een oude favoriete plek waar we af en toe eens terugkeren. Ik heb thuis broodjes gesmeerd voor onderweg, scheelt weer in tijd. Om 21 uur zijn we aan de camping.
Je zou verwachten dat we na al die jaren wel doorgewinterde kampeerders zouden zijn. En ja, we hebben tevoren de weersvoorspelling gecheckt. In deze korte tijdspanne zou het zowel 27 graden kunnen worden, als een frisse dag met fikse onweersbuien. We zullen het ter plekke wel zien wat het wordt. Onderweg bedenken we ons dat we noch een regenjas ingepakt hebben, noch een zonnebril. Noch een paraplu, noch een zonnebrandcrème.
Echt een weekendje weg kun je het niet noemen. Maar als ik dan 2 dagen moet gaan grimeren in Wallonië, dan plakken we er maar meteen een overnachting bij.
‘Zullen we ergens een biertje gaan drinken?’ vraagt Luc, terwijl we de tafel afruimen na onze late brunch. ‘Of iets kerstigs doen?’ opper ik. Tenslotte is het voor het eerst sinds lang dat ik vrij ben in deze periode. “Durbuy dan? Het is wel al laat, half 2 al, maar dan blijven we overnachten. Zijn we nog eens weg met de bus.”
Als er na een paar hectische en druilerige weken zonnig weer voorspeld wordt, laden we wat spullen in en zijn we weg. Luc moet ergens in Nederlands Limburg nog iets oppikken wat ie besteld heeft, dus dan gaan we daar in die regio wel ergens een plekje zoeken. Onderweg al een klein beetje spijt van dat plan. Ik zeg altijd wel dat het overal mooi kan zijn, als je het maar wil zien. Maar onder het rijden zie ik daar nog niet veel van. Net voor we op de uitgekozen minicamping in Well bereiken, verzuchten we nog dat Nederland eigenlijk toch wel het allersaaiste kampeerland moet zijn.
We worden wakker en krijgen foto’s binnen van dikke pakken sneeuw, die het thuisfront via whatsapp stuurt. Ohja, da’s waar ook, het zou hier de hele nacht sneeuwen. Nieuwsgierig veeg ik de condens van het slaapkamerraam, kijk naar buiten en….. zie een zielig dun laagje poedersneeuw. Beetje teleurstellend. We draaien ons nog een keertje om. Als de sneeuw niet wil blijven liggen doen we het zelf wel.
‘Gaan we tóch, of blijven we beter thuis?’ vraagt Luc als we ’s morgens wakker worden en zien dat de tuin bedekt is met een dun laagje sneeuw. Terwijl we onze ochtendkoffie wegslurpen, beslissen we om toch maar te gaan. We hebben het nu eenmaal gepland, volgens de weersvoorspellingen zou het deze dagen droog blijven, dus dan moet dat maar zo zijn ook.
Woensdagavond laat bedenken we dat we wel eens ‘op weekend’ kunnen gaan. Via de site van campspace kijk ik of er nog leuke plekken beschikbaar zijn, het liefst dichtbij. Het is al even geleden dat we via die site geboekt hebben, dus ik had niet meteen door dat een reservering niet direct vaststaat, maar eerst voorgesteld wordt aan de verhuurder. Ja slim zeg, ’s nachts een aanvraag sturen voor de volgende middag. Waarschijnlijk lezen ze dit pas als ons ‘weekend’ alweer voorbij is. Tot onze verbazing krijgen we vrij snel een berichtje terug dat we welkom zijn.