
Echt een weekendje weg kun je het niet noemen. Maar als ik dan 2 dagen moet gaan grimeren in Wallonië, dan plakken we er maar meteen een overnachting bij.
Lees verder

Echt een weekendje weg kun je het niet noemen. Maar als ik dan 2 dagen moet gaan grimeren in Wallonië, dan plakken we er maar meteen een overnachting bij.
Lees verder
‘Zullen we ergens een biertje gaan drinken?’ vraagt Luc, terwijl we de tafel afruimen na onze late brunch. ‘Of iets kerstigs doen?’ opper ik. Tenslotte is het voor het eerst sinds lang dat ik vrij ben in deze periode. “Durbuy dan? Het is wel al laat, half 2 al, maar dan blijven we overnachten. Zijn we nog eens weg met de bus.”
Lees verder
We worden wakker en krijgen foto’s binnen van dikke pakken sneeuw, die het thuisfront via whatsapp stuurt. Ohja, da’s waar ook, het zou hier de hele nacht sneeuwen. Nieuwsgierig veeg ik de condens van het slaapkamerraam, kijk naar buiten en….. zie een zielig dun laagje poedersneeuw. Beetje teleurstellend. We draaien ons nog een keertje om. Als de sneeuw niet wil blijven liggen doen we het zelf wel.
Lees verder
‘Gaan we tóch, of blijven we beter thuis?’ vraagt Luc als we ’s morgens wakker worden en zien dat de tuin bedekt is met een dun laagje sneeuw. Terwijl we onze ochtendkoffie wegslurpen, beslissen we om toch maar te gaan. We hebben het nu eenmaal gepland, volgens de weersvoorspellingen zou het deze dagen droog blijven, dus dan moet dat maar zo zijn ook.
Lees verder
Twee dagen vrij, maar eigenlijk toch nog eens naar de groothandel moeten voor het werk. Dan maar het noodzakelijke aan het aangename koppelen.
Lees verder
De laatste plaatjes van deze vakantie. Ik kan er niet veel meer van maken. Nadat we gisteravond, na het cafébezoekje, weer aan onze bus waren, begon het opnieuw te gieten. Het plan om nog buiten te zitten met een kampvuurtje daarmee wegspoelend.
Lees verder
Hoe verder we richting huis rijden, hoe grijzer ons uitzicht wordt. We gaan zelfs even helemaal de mist in. Miezerige regenbuien wisselen af met hevige regenbuien, en de landschappen glijden onzichtbaar voorbij.
Lees verder
Woensdagavond laat bedenken we dat we wel eens ‘op weekend’ kunnen gaan. Via de site van campspace kijk ik of er nog leuke plekken beschikbaar zijn, het liefst dichtbij. Het is al even geleden dat we via die site geboekt hebben, dus ik had niet meteen door dat een reservering niet direct vaststaat, maar eerst voorgesteld wordt aan de verhuurder. Ja slim zeg, ’s nachts een aanvraag sturen voor de volgende middag. Waarschijnlijk lezen ze dit pas als ons ‘weekend’ alweer voorbij is. Tot onze verbazing krijgen we vrij snel een berichtje terug dat we welkom zijn.
Lees verder
‘Moeten we onderhand niet eens vertrekken?’ vraagt Luc met een schuin oog op zijn horloge, ten teken dat het tijd is. Ik zeg dat het anderhalf uur rijden is volgens mijn navigatie. Dus een uur en 3 kwartier als ik wat extra oponthoud meereken. Het is kwart over 12, dus geheel volgens plan op tijd om om 14 uur de camping op te rijden. ‘Kun jij nadenken dan?’ vraagt hij ongelovig. ‘Iémand van ons moet dat doen hè’ , bijt ik terug terwijl ik nog snel een instructiebriefje krabbel voor de thuisblijvers.
Lees verder
“Mam, ik kom jullie even uitzwaaien. Hoe laat vertrekken jullie”? Morgenvroeg. “Maar heb je een richtuur dat jullie vertrekken?” Ja, morgenvroeg, na de koffie en de laatste dingetjes inpakken. “Maar je weet niet precies hoe laat”? Gewoon, ergens in de voormiddag. “Dan kom ik om 10 uur even langs, dan zullen jullie er nog wel zijn”? Ja hoor, en anders wachten we, tot morgen!
Lees verder