
Ik lig aan de raamkant, en het eerste wat ik doe als ik wakker word is naar buiten kijken. Het is nog donker, maar vaag zie ik de contouren van de bergen, en een donkere vlakte daar tussenin. Ik sluit nog even mijn ogen, maar slapen lukt niet meer. Buiten beginnen de bergen steeds meer vorm aan te nemen. De donkere vlakte kleurt langzaam blauw. De zon begint op te komen, ik spring uit bed. Nu is dat springen niet echt letterlijk. In feite kruip ik over Luc heen, om dan met m’n benen over het randje bungelend, het afstapje zoekend, naar beneden te glijden.
Lees verder








