Al heel vroeg ben ik wakker. Het geluid van de rivier overstemt bijna de flinke regendruppels op het dak. Het is nog donker buiten, ik zie niks. Zelfs geen sterrenhemel. Door de natuurgeluiden val ik uiteindelijk terug in slaap, en als ik opnieuw wakker word, is het al licht. Geen zonnestraallicht, maar mistlicht. De bergen zien we bijna niet meer, ze zijn verpakt in laaghangende wolken en sluiers mist.
Ik sta vroeg op. De dag begint nog wat grijzig, maar je kunt al zien dat het beter weer gaat worden. Ruim voor we officieel van de camping af zouden moeten, zijn ze we alweer vertrokken. We rijden nog een klein stukje zuidelijker. Onderweg krijgen we zóveel zon dat het ons duidelijk wordt dat we de voorruit eens moeten afwassen. We komen op een weg die ons slingerend door de Pyreneeën leidt. Wat een prachtige route. Soms krijg ik het even benauwd, als ik langs me kijk en zie dat het daar stijl naar beneden gaat. Ik geef Luc instructies om, wat er ook gebeurd onderweg, géén manoeuvre naar rechts te maken. Op een paar plaatsen maken we een stop. Eén keer voor een paar boodschappen, maar de andere keren om even voluit de omgeving in ons op te nemen.
’t is hier prachtig
Af en toe een huisje tegen de berg, of een klein dorpje. Een rivier die af en toe vriendelijk glinsterend naast je kabbelt, maar een eind verderop woest doorheen een diepe kloof gaat. Bergtoppen gehuld in mist, en zonverlichte bergtoppen, brugjes, groen en intimiderende rotswanden. En dan ineens is de rivier groen. En blauwig. En turquoise. Hoe ongelooflijk mooi is dat! Wat een onverwacht kadootje. Ik maak, uiteraard, een hoop foto’s. De kleuren zijn echt zo. Ik heb de foto’s niet bewerkt. Had ik al gezegd dat het hier prachtig is?
Met een dubbel gevoel verlaten we plek nr. 67. De beste plek van deze camping. Het zou geen straf zijn om langer te blijven zitten, maar hey… we hebben een campervan om te kunnen rondtrekken, dus dat gaan we ook weer doen. Daarbij is er slecht weer voorspeld. Niet alleen hier, maar eigenlijk in heel Frankrijk. Ideaal om dus nog een paar kilometers te doen. M’n bloemen laat ik achter. We zeggen nog even houdoe tegen onze buren, rekenen af, lozen water, en door.
32 graden is de voorspelling vandaag. Tweeëndertig graden! Onze planning van vandaag? Helemaal niks. Beetje koffiezetten, beetje ontbijten, beetje kijken naar de voorbijkabbelende kano’s en rondvaartboten, beetje buurten met de nieuwe Hollandse buurman, ….
Onze bus staat zo geparkeerd dat we ’s morgens uitzicht hebben op de zonsopgang. De wekker gezet, omdat ik me niet wil verslapen, en ruim op tijd ben ik er helemaal klaar voor. Ik open de gordijnen en…… het veld en de bergen zijn gehuld in een dikke grijze mist. De mist is niet van plan snel op te lossen. Kijkend door het andere raam, over de rivier, hetzelfde decor. Grijs. Tot zover het plan om deze blog vandaag op te leuken met een spectaculaire zonsopgang.
De walnotenboer kunnen we deze ochtend nergens vinden. Bij de woonboerderij aanbellen en dan storen op zijn laatste werkdag voor zijn vakantie begint wil ik ook niet, dus we vertrekken zonder au revoir te zeggen.
De regen is gestopt. De felle zon is weg, maar koud is het zeker niet. Het is ergens vooraan in de 20 graden. Van ons mag het zo de rest van de weken blijven. De eigenaar van de camping hebben we niet meer teruggezien. Ik knutsel een envelop in elkaar, steek er 15 euro in, de sleutel van het sanitair, een begeleidend briefje (met de groeten van Les 2 Belges avec le van) en deponeren het in z’n brievenbus. Hij zal het wel een keer vinden.
Alweer super goed geslapen. Iets na achten worden we wakker. We willen nog even blijven uitslapen, maar de zon dwingt ons om aan de dag te beginnen. De boer is al ergens bezig op z’n veld horen we. We zetten de stoeltjes in de schaduw en zetten deze keer koffie buiten met het pruttelpotje. Ik heb de verhouding koffie/water op de gok gedaan. We hebben allebei een beker veel te sterke koffie. Soit, we zijn dan ook ineens goed wakker. De boer passeert met een kar hooi en tikt eens op de klep van zijn pet ter begroeting. Ik neem een yoghurt en wat havermout uit de bus, en pluk op onze plek wat verse bramen uit de haag. Heerlijk.
Het is hier in Herbeumont ’s morgens nog fris, en buiten is alles nat van de dauw. Toch kun je al merken dat het weer een zonnige dag gaat worden. We hebben geen haast om te vertrekken, dus we gaan op het gemak ontbijten. Afbakbroodjes voor Luc in de omnia pan, eitjes in de steelpan, en koffie. Ik hou het bij m’n yoghurtje met havermout. En uiteraard koffie.
“Mam, ik kom jullie even uitzwaaien. Hoe laat vertrekken jullie”? Morgenvroeg. “Maar heb je een richtuur dat jullie vertrekken?” Ja, morgenvroeg, na de koffie en de laatste dingetjes inpakken. “Maar je weet niet precies hoe laat”? Gewoon, ergens in de voormiddag. “Dan kom ik om 10 uur even langs, dan zullen jullie er nog wel zijn”? Ja hoor, en anders wachten we, tot morgen!