Duitsland, Oost-Vlaanderen, Ardennen……we hebben 3 camperplaatsen gevonden, en kunnen nu niet kiezen welke het wordt. We blijven 2 nachten staan, dus uiteindelijk kiezen we voor Duitsland. De andere plekken doen we wel een andere keer, eventueel als we maar één nacht gaan.
Bestellen we online een nieuw lampje voor in de bus, en laten we het thuisbezorgen? Of gaan we een paar uur rijden en het zelf halen? We kiezen het laatste. En plakken er dan maar meteen een nachtje bij aan.
Alweer dat fantastische uitzicht als we opstaan. Met het enige verschil dat het nu geen strakblauwe lucht is, maar eentje met een gemoedelijk wit wolkendek. Het is een paar graden frisser dan gisteren maar, zeker voor ons, nog warm genoeg. Nog even ontbijten in dit decor, en dan is het weer tijd om in te pakken. Hoe tof het hier ook is, het is wel serieus overpriced. Eigenlijk is het enkel het uitzicht wat het voor ons de moeite maakte. Met een gesloten terras/bar/restaurant, de toiletten en douches in een container, geen mogelijkheid om grijs water te lozen en kraanwater aan te vullen, is 35 euro per nacht in het laagseizoen echt wel teveel. Maar bon, ’t is vakantie.
Rond half twee rijden we de camperplek op. Het is gewoon een strook grind, waar je gratis mag overnachten, maar het decor is fantastisch. We staan aan de grotwoningen van Arguedas. Er zijn heel veel van deze woningen, maar er is maar een beperkt gedeelte te bezoeken. Vroeger woonden hier mensen die zich geen woning konden veroorloven. Voor we aan de niet zo lange klim naar boven beginnen, zetten we eerst onze stoeltjes in het reepje schaduw naast de bus. Puffend en zwetend, wachtend tot het heetst van de dag voorbij is. We snappen dat ge-siësta van de Spanjaarden wel.
Om 8 uur gaat de wekker, maar ik zet ‘m uit en slaap weer verder. Een uurtje later schrikken we wakker van een luid gebons op de bus. Luc schuift de deur open en een vrolijke boer verwelkomt ons met een bonjour, intussen zijn portemonnee openhoudend ten teken dat ie zijn 5 euro komt innen.
Met een vaag plan om dit jaar het noorden van Spanje te gaan verkennen, pakken we op vrijdagochtend onze spullen in. We zullen bij vertrek nog wel wat weersvoorspellingen bekijken alvorens we onze uiteindelijke richting bepalen. Na een lange droge en tropische zomer thuis hoeven we geen campertrip met 40 graden. Kort na de middag starten we de bus. Het is vandaag wat koeler, en het begint te druppelen. Richting zuiden dus. Vanaf we de Franse grens oversteken, kunnen onze ruitenwissers het nog amper bijhouden.
Woensdagavond laat bedenken we dat we wel eens ‘op weekend’ kunnen gaan. Via de site van campspace kijk ik of er nog leuke plekken beschikbaar zijn, het liefst dichtbij. Het is al even geleden dat we via die site geboekt hebben, dus ik had niet meteen door dat een reservering niet direct vaststaat, maar eerst voorgesteld wordt aan de verhuurder. Ja slim zeg, ’s nachts een aanvraag sturen voor de volgende middag. Waarschijnlijk lezen ze dit pas als ons ‘weekend’ alweer voorbij is. Tot onze verbazing krijgen we vrij snel een berichtje terug dat we welkom zijn.
Nog 2 dagen voor de drukte op m’n werk weer begint. Net genoeg tijd om er nog even tussenuit te gaan. Ik moet nog wat kleurtjes bijvullen, dus we combineren de trip naar de groothandel met een overnachting. Het wordt dus Nederlands Limburg. We bellen een camping aan de Maas om een plekje te reserveren. Hier in Nederland hebben ze nog herfstvakantie, dus ik vreesde dat het misschien volzet zou zijn, maar er was plek zat. In de late middag installeren we ons op de aangewezen plek. De meeste plaatsen zijn leeg. Hier en daar staat nog een camper of caravan. Op iedere plek is een stoepje gemaakt wat dient als terras. Rond deze tijd van het jaar is dat zeker wel luxe. De zon schijnt, het uitzicht is mooi, en natuurlijk starten we met koffie.
Ook al is het een leuke camping hier in Mons, en was de douche zalig, we gaan toch maar weer verder. We ontbijten nog eerst op ons gemak in de zon. De zomervakantie is gisteren naadloos overgegaan in herfstvakantie. Maar van regen, kou en rode afgevallen bladeren is hier geen sprake. In korte broek en met zonnebril checken we op de kaart welke richting we zullen uitgaan. We prikken willekeurig een plaats op de kaart. Nyons wordt het.