Vroeg in de avond passeren we dan eindelijk de Spaanse grens, in de regio Navarra. We vinden moeiteloos de camping, en ook hier mogen we zelf een plaatsje gaan uitzoeken. Er zijn nog genoeg lege plekken. We settelen ons op een lege strook met uitzicht op de bergen. De ezeltjes komen eens kijken, maar grazen daarna weer rustig verder.
Door de ochtenddauw is hier alles nat. Het gras, de stoelen, de tafel…. Maar het regent in ieder geval niet meer, dat is al iets. Ik pluk wat bramen uit de heg, zet koffie, laat de afbakbroodjes aanbranden, en we ontbijten op het kleine streepje zon op het gras.
Om 8 uur gaat de wekker, maar ik zet ‘m uit en slaap weer verder. Een uurtje later schrikken we wakker van een luid gebons op de bus. Luc schuift de deur open en een vrolijke boer verwelkomt ons met een bonjour, intussen zijn portemonnee openhoudend ten teken dat ie zijn 5 euro komt innen.
Met een vaag plan om dit jaar het noorden van Spanje te gaan verkennen, pakken we op vrijdagochtend onze spullen in. We zullen bij vertrek nog wel wat weersvoorspellingen bekijken alvorens we onze uiteindelijke richting bepalen. Na een lange droge en tropische zomer thuis hoeven we geen campertrip met 40 graden. Kort na de middag starten we de bus. Het is vandaag wat koeler, en het begint te druppelen. Richting zuiden dus. Vanaf we de Franse grens oversteken, kunnen onze ruitenwissers het nog amper bijhouden.
Woensdagavond laat bedenken we dat we wel eens ‘op weekend’ kunnen gaan. Via de site van campspace kijk ik of er nog leuke plekken beschikbaar zijn, het liefst dichtbij. Het is al even geleden dat we via die site geboekt hebben, dus ik had niet meteen door dat een reservering niet direct vaststaat, maar eerst voorgesteld wordt aan de verhuurder. Ja slim zeg, ’s nachts een aanvraag sturen voor de volgende middag. Waarschijnlijk lezen ze dit pas als ons ‘weekend’ alweer voorbij is. Tot onze verbazing krijgen we vrij snel een berichtje terug dat we welkom zijn.
‘Moeten we onderhand niet eens vertrekken?’ vraagt Luc met een schuin oog op zijn horloge, ten teken dat het tijd is. Ik zeg dat het anderhalf uur rijden is volgens mijn navigatie. Dus een uur en 3 kwartier als ik wat extra oponthoud meereken. Het is kwart over 12, dus geheel volgens plan op tijd om om 14 uur de camping op te rijden. ‘Kun jij nadenken dan?’ vraagt hij ongelovig. ‘Iémand van ons moet dat doen hè’ , bijt ik terug terwijl ik nog snel een instructiebriefje krabbel voor de thuisblijvers.
Tussendoor even iets anders. Een keertje niet in ons busje slapen , maar ‘kamperen’ in een pipowagen. Zo heel primitief…… met prive sauna en jacuzzi enzo.
Nog 2 dagen voor de drukte op m’n werk weer begint. Net genoeg tijd om er nog even tussenuit te gaan. Ik moet nog wat kleurtjes bijvullen, dus we combineren de trip naar de groothandel met een overnachting. Het wordt dus Nederlands Limburg. We bellen een camping aan de Maas om een plekje te reserveren. Hier in Nederland hebben ze nog herfstvakantie, dus ik vreesde dat het misschien volzet zou zijn, maar er was plek zat. In de late middag installeren we ons op de aangewezen plek. De meeste plaatsen zijn leeg. Hier en daar staat nog een camper of caravan. Op iedere plek is een stoepje gemaakt wat dient als terras. Rond deze tijd van het jaar is dat zeker wel luxe. De zon schijnt, het uitzicht is mooi, en natuurlijk starten we met koffie.
Als we op vrijdagochtend ingepakt hebben en met tegenzin onze schaduwplek onder de warme Zuidfranse zon verlaten, hebben we nog een paar dagen om thuis te komen. Luc wil dat in 2 of 3 dagen via de snelweg doen, ik wil het via de kleinere wegen in 3 dagen doen. Luc vindt dat niet haalbaar, ik vind zoveel snelweg te veel snelweg.
Ik schuif het gordijntje van het ‘slaapkamerraam’ open, en zie dat de maan nog schijnt als mijn wekker om 7 uur afloopt. Het is vandaag markt in Nyons, en ik heb gelezen dat je het beste vroeg kunt gaan als je niet over de koppen wilt lopen. Aangezien ik nooit zo’n koploper ben geweest sta ik dan maar op tijd op. Luc twijfelt nog of ie mee gaat en draait zich nog eens om.