
We zien wel of we ergens blijven overnachten of niet, dat ligt aan het weer. Maar nu is het droog dus we pakken wat spullen in en vertrekken. Richting Ardennen waar ergens een mooie bewegwijzerde route moet zijn van zo’n 120 kilometer. La route Buissonnière. Een pakje kaasfondue en een restje soep heb ik thuis al in de camperkoelkast gelegd. We stoppen bij een kleine supermarkt voor nog wat aanvullend proviand. Aan de kassa scant een vrolijke medewerker ons stokbrood, flesje wijn, en een portie olijven. “Dat gaat een plezant avondje worden”, knipoogt hij.
Al vroeg in de middag komen we in Tilff aan, waar je de route kunt starten. Bewegwijzerd met zeshoekige bordjes kan het niet missen. Wij missen het. En meer dan één keer. Het eerste bordje zien we uiteindelijk, verscholen achter een boom, maar dat was dan ook de enige. We zetten de bus aan de kant en proberen de route online te zoeken en op te slaan op de navigatie. De route is mooi. Kleine slingerende weggetjes waar je normaal niet zou komen. Prachtige uitzichten. Soms wel hele smalle paden, maar gelukkig treffen we geen tegenliggers. Toch kunnen we ergens niet verder en vinden we met geen mogelijkheid de goede route weer terug. We doen dus maar weer zomaar wat. Da’s onze expertise intussen.
We passeren Comblain en zien dat we hier kunnen camperen. We hebben hier al ooit eerder gestaan toen dit nog een echte camping was dus we besluiten een stukje verder te rijden tot een cp in Hamoir. Daar aangekomen vinden we die er toch maar wat saai uitzien, dus we keren terug naar Comblain. Het inchecken en betalen gaat automatisch via een automaat. Er is plek zat, op het hele terrein staan maar een handvol kampeerders. We parkeren de bus aan een picknickbankje. Niet dat we daar nu iets aan hebben, maar het staat wel leuk.


Nu het nog net niet donker is, wandelen we eerst wat over de camping, en naar het dorp. In het dorp zelf is eigenlijk niks te zien. Het is beginnen vriezen en het waait best koud dus we gaan maar weer de bus in. Opnieuw gaan we de route opzoeken en hoe we deze best morgen verder kunnen zetten. We slaan onze handpalmen tegen onze voorhoofden als we tot de ontdekking komen welke route we vandaag gevolgd hebben. De fietsroute! Maar dan, hoe onsportief, met een busje.
De verse tomatensoep smaakt extra goed met deze kou, en de kaasfondue blijft ook favoriet op zo’n roadtrips. ’s Avonds met een hapje en drankje maken we plannen voor de volgende dag. We hebben inmiddels de autoroute-versie gevonden en opgeslagen voor de namiddag. In de voormiddag eerst nog een wandelroute die start aan zowat de ingang van de camperplaats. Geen lange tocht, een drietal kilometer, maar wel met een stijging van 70 meter, dus voor ondergetekende best een uitdaging.


Op zondagochtend schijnt de zon. Het vriest nog wel, er staat ijs op de ramen. Gelukkig hebben we ’s nachts onder de dekens geen last van de kou. We drinken koffie, en ik maak nog snel wat foto’s van de plek, en dan pakken we in. Vóór 11 uur moeten we van de camperplaats af, anders moeten we opnieuw betalen. Om kwart voor 11 rijden we naar de uitgang en gaat de slagboom open.



We parkeren de bus aan het oude station van Comblain-au-pont en met de navigatie aan op de komoot app starten we de wandeling. Als een stelletje mislukte padvinders missen we direct al het eerste pad. Hadden we die wel gevonden, dan hadden we via een voetgangerstunneltje onder het spoor door kunnen gaan. Achteraf gezien. Nu moesten we het spoor oversteken, wat we vrij bizar vonden dat dat zo moest. Enfin, we zaten weer op het juiste spoor. Al snel mochten we gaan klimmen en klauteren met hindernissen. Een omgevallen boom, een te modderige ondergrond op sommige plekken waardoor het pad enorm glibberig werd. Op een steil en smal stukje met veel puntige stenen moesten we echt proberen ons vast te houden aan takken en boomwortels om niet te vallen. Het was te glad en bij uitschuiven kon je te diep vallen. Even had ik het helemaal gehad maar opgeven was geen optie. Op handen en knieën kroop ik verder, me pijnlijk bewust van de scherpe stenen.





Net toen ik dacht dat we veel te oud werden voor deze onzin, en onze volgende vakantie een all-in resort moest worden, ging het weer beter en werden we getrakteerd op mooie uitzichten. Ik klopte de modder van mijn knieën, en trok mijn vest uit ondanks de vrieskou. Het was deze oudjes toch maar gelukt om zo hoog te klimmen.

Ergens zijn we een stuk verkeerd gewandeld. Al vermoeden we dat komoot het zelf even niet wist. Volgens hem zouden we ergens recht naar beneden moeten gaan waar dat echt niet mogelijk was. Toch niet zonder speciaal daarvoor bestemde uitrusting. We deden maar weer wat en kwamen uiteindelijk weer op het juiste pad. Met wat minder nat weer zal dit best een makkelijkere tocht zijn, nu hebben we wel genoeg gewandeld voor vandaag en beginnen aan deel 2 van die autoroute. We navigeren naar Esneux waar we dan opnieuw starten. Een deel van de route doen we nu dus in de herhaling. De rest van de route, waar het gisteren mis ging, lukt nu wel. Echt wel mooi rijden zo. Door kleine dorpjes, landweggetjes en mooie panorama uitzichten.
“Eraf, eraf!” gil ik in paniek
En net als ik mijn fototoestel tevoorschijn haal om nog wat plaatjes te schieten, valt de bus stil. Lampje brandt, en starten lukt niet meer. Verdomme. Dit is nog maar pas verholpen door een garage en heeft ons flink geld gekost. Na een tijdje start ie toch weer, maar moeten wel in noodloop verder. We breken de leuke route dan maar af en stellen de navigatie in op thuis. Zonder snelweg, voor het geval we nog eens stilvallen. Nog één keer vallen we stil, maar daarna is het ineens zomaar opgelost. We kunnen weer normaal rijden. Al blijft de schrik er natuurlijk wel een beetje in. Ergens midden in Luik nemen we nog maar eens een verkeerde weg. Nuja weg… we zitten op het metrospoor, náást het weggedeelte voor auto’s. Achtervolgd door een tram. “Eraf, eraf!” gil ik in paniek. “Dat gaat toch niet?” moppert Luc terug. “Dan buts maar die rand over!” instrueer ik. We zitten ongeveer aan het eind van een tramspoor, soort station vermoed ik, dat wat dieper ligt. We butsen de rand op, en vinden de normale weg weer terug. Note to self: misschien moeten we zo’n all-in resort echt eens overwegen. Of een 4X4.
De rest van de terugweg verloopt gelukkig soepel. Het begint lichtjes te sneeuwen. Hoe dichter we thuis naderen, hoe witter het wordt. Ik hou ervan.
