
Ik heb keelpijn, ik piep en hoest en snotter. Voor de zoveelste keer zien we ons kampeerweekend weer in het water vallen maar na een lading siroop en tabletjes van de apotheek gokken we het er gewoon op. We vertrekken deze keer al op vrijdag na het werk. Het wordt Dasburg, een klein dorpje in de Eifel. Een oude favoriete plek waar we af en toe eens terugkeren. Ik heb thuis broodjes gesmeerd voor onderweg, scheelt weer in tijd. Om 21 uur zijn we aan de camping.
We mogen gaan staan waar we willen, er zijn niet veel plekken bezet. Gelukkig is onze favoriete plek vrij. Onder aan het water, zo ver mogelijk aan het uiteinde. De camping ligt in een dal en ik ben het gewend dat het hier ’s avonds flink af kan koelen. Nu is dat niet zo. We kunnen gewoon de hele avond buiten blijven zitten, geen jas of dekentje nodig. Integendeel. We drinken er eentje, babbelen wat en kijken naar de sterren.
Het is zalig wakker worden met het geluid van de Our. Ter hoogte van onze plek is een dammetje gebouwd met stenen dus we horen dat nog eens extra goed stromen. We hebben nog geen zin om op te staan en doezelen nog wat verder. Tot het echt veel te warm begint te worden. Tijd voor koffie, buiten aan het water. We verhuizen de stoelen een paar keer naar een streepje schaduw. Het is bijna 30 graden vandaag.

Omdat we niet de hele dag kunnen blijven zitten, gaan we wat wandelen. Al is dat wel een groot woord voor hetgeen we vandaag gaan doen. Combinatie hitte en verkoudheid zorgen er voor dat we niet te snel gaan, en niet te ver. De camping is bijna leeg. Ook op het gedeelte van vaste caravans zijn er weinig bezet. Het is ook al laat in de zomer natuurlijk. De plaats waar we elke vakantie waren als kind is nu een lege plaats. De caravan is weg. Alles afgebroken. Het voelt raar. Gelukkig blijven herinneringen wel.

We wandelen nog even richting de dam, en daarna de andere kant op naar het winkeltje in Luxemburg. De zon brandt op ons lijf dus we vinden het wel weer genoeg actie voor vandaag en keren terug naar de bus. Snel maak ik nog een foto van het bankje langs de weg naar de camping. Het staat er al zolang ik me kan herinneren en als ik er passeer, moet ik altijd een beetje grinniken. Echt wel relaxed zitten hier.

Wij houden het bij onze eigen klapstoelen die we vakkundig de schaduw in parkeren. Ondertussen zijn er een paar nieuwe kampeerders bijgekomen. Iedereen heeft zich pal langs het water gezet met de stoelen, sommigen zelfs erin.
Ik maak het eten klaar en dek de tafel. We hebben net een eerste hap genomen als het begint te druppelen. Heel zachtjes. Het is wel fijn zelfs, afkoeling, dus we blijven gewoon zitten. Tot het ineens losbarst. Razendsnel zorgen we dat alles binnen is en gaan zelf ook schuilen in de bus. Het is maar een korte regenbui en het lijkt alsof dat het was. Voor de zekerheid draaien we toch maar de luifel uit. En ook al is het gestopt met regenen en is de zon achter de wolken, we zien ineens een regenboog verschijnen. Ik grap nog dat het een teken is, van onze pa die vandaag jarig zou zijn geweest.

Ondertussen hebben we best al een stapel afwas. Ons gas is bijna op dus we besluiten aan de afwasbakken van de camping dat klusje te doen. Het was nog zo zonnig toen we begonnen aan de afwas. Echt terrasjesweer, wat ook te zien was aan de tafeltjes buiten bij de kantine. En dan van het ene op het andere moment wordt het donkerder, begint het te stortregenen, keihard te waaien, te donderen en bliksemen. De gasten op het terras vluchten naar binnen. Wij blijven even onder het afdak wachten maar vrezen een beetje dat de wind onze luifel wegblaast en dan schade veroorzaakt aan de bus. We gaan dan toch maar liever kijken. Doorweekt tot op het bot komen we aan de camper. Als dit ook een teken is van boven dan vinden we dit toch minder grappig. Gelukkig is er niks gebeurd met de luifel. We moeten wel de afwas opnieuw afdrogen. En onszelf. Ondanks de luifel zijn onze stoelen ook zeiknat. Buiten zitten zit er voorlopig niet meer in. Jammer, maar dan maar knus in de bus.

Op zondagochtend is alles weer opgeklaard. De zon komt er al geregeld door, de stoelen zijn droog en de verse opgietkoffie smaakt extra goed met dit uitzicht.


Rond half 2 verlaten we de plek helaas weer. We stellen de navigatie in op ‘snelweg vermijden’ en zien wel of en waar we onderweg ergens stoppen. Het grensbord “België” is wat overbodig. Vanaf het moment dat we de pannen bijna uit de kasten horen rammelen, weten we dat we er zijn. Het is rustig op de weg en we rijden vooral over kleine weggetjes door pittoreske dorpjes. Toevallig vinden we dat ook de fijnste routes.
We passeren een grote antiek- en brocante zaak. Schatten zoeken tussen ouwe zooi is altijd leuk. Het staat er propvol en we moeten uitkijken dat we niks omstoten. De prijzen zijn echter absurd hoog, dus de lol is er snel vanaf. Luc babbelt nog even met een vage kennis alvorens we de winkel weer verlaten en onze tocht verder zetten.


De volgende stop is in Comblain au Pont. Omdat we dorst hebben en zien dat er terrasjes zijn. Een niet al te vriendelijke serveerster brengt onze drankjes. Voor Luc een cola inclusief wesp, voor mij een sangria exclusief fruit. Ochja, het lest de dorst toch wel.



In Luik weet onze navigatie het even niet meer. En wij ook niet. Blijkbaar bijna een voetbalwedstrijd en Luik is vol met supporters, politie en omleidingen. Voor de zekerheid volgen we even de snelwegborden richting Antwerpen, maar ergens moeten we iets gemist hebben, want ineens rijden we toch weer door kleine dorpjes. Ook goed.
Tegen de avond eindigen we, alweer veel te snel, het weekend met een etentje bij de Griek.
