
‘Moeten we onderhand niet eens vertrekken?’ vraagt Luc met een schuin oog op zijn horloge, ten teken dat het tijd is. Ik zeg dat het anderhalf uur rijden is volgens mijn navigatie. Dus een uur en 3 kwartier als ik wat extra oponthoud meereken. Het is kwart over 12, dus geheel volgens plan op tijd om om 14 uur de camping op te rijden. ‘Kun jij nadenken dan?’ vraagt hij ongelovig. ‘Iémand van ons moet dat doen hè’ , bijt ik terug terwijl ik nog snel een instructiebriefje krabbel voor de thuisblijvers.
Het is al te lang geleden dat we samen nog eens tegelijk vrij hebben genomen. Met een drukke periode achter de rug, en een weerbericht dat enkele dagen mooi weer voorspeld, is het nu hét moment om er even tussenuit te gaan. Een camperparking willen we niet. Heel ver rijden ook niet. We kiezen nog eens voor Aywaille. Buiten het hoogseizoen een superplek. Aan de ene kant berg en rivier en natuur. Aan de andere kant een supermarkt en het centrum op wandelafstand. En, niet onbelangrijk, ze zijn al open. Veel andere campings pas vanaf april. We hebben niet geboekt, dus fingers crossed dat er nog plaats is. Geen probleem, zo blijkt. Er is bijna niemand anders op deze woensdag. We installeren ons op een zonnige plek aan de Amblève. We hebben zowat de hele camping als tuintje. Stoeltjes buiten en eerst koffie.


Zonnig en 13 graden, wel wat wind, maar heerlijk weer als je bedenkt dat het nog niet eens half maart is. De rivier kabbelt gezellig langs ons af, en het water glinstert onder de zon. Moeilijk voor te stellen dat nog geen jaar geleden ditzelfde water een verwoestende stroom ellende was. Ook deze camping was niet bespaard gebleven, maar ze zijn weer zo goed als overeind gekrabbeld.
Tegen de avond steken we de houtstoof aan om op te koken. Misschien niet zo praktisch als thuis op een inductie, maar zeker zo leuk. Een eenpansgerecht met pasta, room, kip en parmezaan. Eentje om te onthouden zo lekker.

Na het eten gaat het kampvuur aan. Het is nodig, want nu de zon weg is wordt het steeds frisser. Met een schapenvel op de zitting, en wijzelf onder een dekentje houden we het nog een tijd uit. ’s Nachts gaat het nog licht vriezen, dus met het laatste drankje gaan we nog even in de bus zitten met de kachel aan.
Het slaapt goed met het geluid van de rivier, en s’ morgens worden we alweer onder een stralende zon wakker. Het lijkt zelfs nog warmer dan gisteren. In ieder geval minder wind. Luc zet een kan opgietkoffie terwijl ik wat broodjes afbak, en we installeren ons weer aan ons tafeltje naast de rivier.

Na de middag wandelen we het pad af naast de rivier. Het is nog geen 2 kilometer tot de brug in het centrum van Aywaille. We lopen de straatjes en steegjes eens door, doen een terrasje, en dan weer terug naar onze plek. Het is op zich een tof stadje om eens te bezoeken, zeker met mooi weer als de terrasjes open zijn, maar ook weer niet zo’n heel speciaal stadje.


We hebben nog niet genoeg stappen op de teller vandaag, dus we wandelen ook nog eens naar de andere kant van de camping. Op sommige plaatsen lijkt het nog zichtbaar tot welke hoogte het water vorig jaar stond. Onvoorstelbaar nu. Het water staat zelfs lager dan de laatste keer dat wij er waren.



Vanavond koken we opnieuw buiten op de houtstoof. Een snelle chili met stokbrood en nacho’s. En voor de afwisseling als afsluiter een vuurtje stoken. Deze avond is het minder koud.


Vrijdag schijnt alweer de zon de bus in. De schuifdeur mag open met dit weer. Als we buiten aan de ontbijttafel zitten, blijkt dat we het een beetje overschat hebben. Er staat een stevige wind. Met de capuchon over onze oren getrokken, en geregeld de mok hete koffie in de handen geklemd, ontbijten we. We zouden zo wat outdoorachtig doen, dus we verekken het om binnen te gaan zitten. Na het opruimen en inruimen nog snel even een kiekje van de bus voor we ‘m starten.

We verlaten tegen 12u de camping (ja, alweer op tijd) en stoppen een paar kilometer verderop nog bij een klein dorpje. Deigné. Ik had ergens gelezen dat dat één van de mooiste, zoniet mooiste, dorpen van Wallonie zou zijn. Ik hou wel van mooie dorpen met karakteristieke huizen, smalle steegjes en die speciale sfeer. Ik had er waarschijnlijk teveel van verwacht , maar de titel ‘mooiste dorp’ zou wat mij betreft toch echt niet naar deze plaats gaan. Er staan wel wat mooie oude huisjes, maar die vind je in Wallonie bijna overal.



En dan is het weer tijd om naar huis te gaan. Veel te snel, maar dat is het altijd. Onderweg horen we op de radio dat er de komende dagen kans is op regen. Perfect getimed, dan moeten we tóch weer werken.