
Ik ren zo hard ik kan. Achtervolgd door iemand met duidelijk kwade bedoelingen. Ik hap naar adem als ik eindelijk even stilsta. M’n hart bonst in m’n keel, maar al m’n zintuigen blijven op scherp staan. Hij lijkt het opgegeven te hebben. Lijkt. Ik draai me om en daar staat hij te grijnzen. Hij is groot en breed, en een beetje groen. Als een ork. Hij heft zijn gespierde arm omhoog waarmee hij een groot blinkend mes vasthoudt.
Lees verder

