Dinsdag

Ik ren zo hard ik kan. Achtervolgd door iemand met duidelijk kwade bedoelingen. Ik hap naar adem als ik eindelijk even stilsta. M’n hart bonst in m’n keel, maar al m’n zintuigen blijven op scherp staan. Hij lijkt het opgegeven te hebben. Lijkt. Ik draai me om en daar staat hij te grijnzen. Hij is groot en breed, en een beetje groen. Als een ork. Hij heft zijn gespierde arm omhoog waarmee hij een groot blinkend mes vasthoudt.

Lees verder

Maandag

Alweer super goed geslapen. Iets na achten worden we wakker. We willen nog even blijven uitslapen, maar de zon dwingt ons om aan de dag te beginnen. De boer is al ergens bezig op z’n veld horen we. We zetten de stoeltjes in de schaduw en zetten deze keer koffie buiten met het pruttelpotje. Ik heb de verhouding koffie/water op de gok gedaan. We hebben allebei een beker veel te sterke koffie. Soit, we zijn dan ook ineens goed wakker. De boer passeert met een kar hooi en tikt eens op de klep van zijn pet ter begroeting. Ik neem een yoghurt en wat havermout uit de bus, en pluk op onze plek wat verse bramen uit de haag. Heerlijk.

Lees verder

Zondag

Het is hier in Herbeumont ’s morgens nog fris, en buiten is alles nat van de dauw. Toch kun je al merken dat het weer een zonnige dag gaat worden. We hebben geen haast om te vertrekken, dus we gaan op het gemak ontbijten. Afbakbroodjes voor Luc in de omnia pan, eitjes in de steelpan, en koffie. Ik hou het bij m’n yoghurtje met havermout. En uiteraard koffie.

Lees verder