
‘Met dit weer? Waaien, koud, regen…. zotten!’ We zijn zelf ook niet helemaal zeker of het wel een goed idee is, maar we gaan tóch. Ik google op kleine campings en camperplaatsen en zoek er eentje uit waar we nog niet geweest zijn. Bastogne, in de Ardennen.

Het is vrijdagmiddag rond 4 uur dat we de camping oprijden. Trodoway, afgeleid van tro do wé, wat zoiets betekent als ‘gat in de weg’. Dat is ons tenminste toch zo wijsgemaakt. Toepasselijk hier, dat wel. We mogen zelf een plekje gaan uitzoeken. We vragen voor 1 nachtje. Stel dat het tegenvalt, dan rijden we morgen weer naar een andere plek. Het is niet druk, vanwege de mindere goede weersverwachting, ondanks dat de herfstvakantie begonnen is. Genoeg leuke plekjes over. We kiezen er, uiteraard, eentje aan het water.



Deze camping heeft echt leuke plekjes, allemaal verschillende. Niet geschikt voor grote campers en caravans, wat wij als een pluspunt zien. Een minpunt is dat er nergens op de camping internetbereik is, enkel aan de pub en het terras. We checken er snel even onze berichten, terwijl de schattige schaapjes van de camping ons in het oog houden.

We hebben bij aankomst een emmer hout gekocht en een vuurschaal geleend. Nóg een pluspunt. Af en toe miezert het wat, maar we kunnen nog redelijk lang buiten zitten. Aan een knisperend vuurtje, met een kom warme soep, in een decor gehuld in herfstkleuren, zijn we het al snel met elkaar eens. Morgen boeken we nog een nachtje bij.
Zaterdag worden we wakker met het geluid van regen dat op het dak tikt. We wachten met opstaan tot het gestopt is. Voor vandaag hebben we een wandeltocht op het programma staan. But first…. coffee!

Wandelschoenen aan, regenjassen en wat drinken in de rugzak, foto opgeslagen van de wandelroute, wandelstok mee en we kunnen gaan. Recht van de camping het bos in. Het is meteen al een hele klim. De grond is drassig en de dikke laag gevallen herfstbladeren is soms verraderlijk glad. We geven het op den duur maar op en draaien terug. Op het gemak, ondertussen foto’s makend van de paddenstoelen. Ook leuk.





We steken weer een vuurtje aan, tot het tijd is om om te kleden en te gaan eten. We maken het ons deze zaterdagavond makkelijk en eten in de pub van de camping. Op vrijdag- en zaterdagavond wordt er gekookt en kun je mee aanschuiven. Geen tafeltjes per koppel of groep, maar iedereen samen aan één lange tafel. Het is een bonte mix van Nederlanders en Belgen en je knoopt vanzelf praatjes aan. Het eten zelf smaakt voortreffelijk. Sharing diner, alles wordt op de lange tafel geplaatst en je schept zelf op. Voorgerecht met brood, worst en kazen, alles lokaal. Hoofdgerecht met salade, spruiten, gebakken aardappelpartjes, steak en koteletten. Ook allemaal uit de streek en bereid door de campinguitbater. Als afsluiter een brownie.
“Ik wist niet dat ze zo groot waren, bah”
Enkele gasten hadden het idee om op zoek te gaan naar de bevers. We gaan mee. Op aanwijzen van de campingeigenaars en met geleende lampen, gaan we op pad. Zo’n 50m verderop zouden ze een dam bouwen. Al snel zien we er ene zwemmen. Ik wist niet dat ze zo groot waren, bah. Misschien is onze groep te groot, of te luidruchtig, maar hij klimt het water uit en verdwijnt ergens in de struiken. Daarna zien we er geen meer, dus terug naar de pub voor nog een paar drankjes en babbels.



Later aan de bus nog een vuurtje en laatste drankje. Wat we oorspronkelijk als een minpunt zagen, geen internetbereik, vinden we eigenlijk een pluspunt. Het is even wennen, terug naar vroeger lijkt het, maar de tijd samen wordt echt quality time.
Op zondag spring ik al om 7 uur het bed uit. Ik ben klaarwakker en het regent niet. Ik ga nog een beetje wandelen. Luc draait zich nog eens om. De zonsopkomst is niet te zien. Jammer.


Als ik weer aan de camper ben, maak ik opnieuw een vuurtje. We hebben nog een beetje hout over. Dan staat Luc ook op. Rond 11 uur moet je van de camping af, al zullen ze hier nu niet zo streng zijn. Als het hout opgebrand is en de ontbijttafel afgeruimd, pakken we in. Het was een topweekend. Hier gaan we vaker naartoe, dat weten we nu al. Deze mag in het lijstje favorieten, en misschien zelfs op nummer 1.

Op de terugweg valt de bus in noodloop. Zucht. Het lampje blijft branden, ook na meermaals het contact uitzetten. Zonder snelweg rijden we naar huis. Dat was sowieso al wel het plan, maar nu gewoon verplicht wat trager. Een minder leuk einde van een fantastisch weekend, maar we geraken toch veilig thuis. Hopelijk niet (weer) veel kosten aan. Het is verder zo’n fijn busje.