
Buiten is het grauw en grijs. Binnen ligt het nog heerlijk knus onder het dekbed. Ik heb heel slecht geslapen en elk uur wel eens wakker geweest. Behalve vanaf dat de wekker om 8 uur ging. Uitgezet en weer ingedoezeld, en pas laat wakker geschoten uit een nachtmerrie. Opstaan dan maar. Luc had net een ketel water op het vuur gezet voor de koffie.
Stipt 10 voor 12 rijden we van de camping af. Geen zin in de 10-euro-boete als je te laat vertrekt. Deze boodschap werd duidelijk vermeld op een briefje aan de toiletdeur. We zetten de navigatie op Rosée Florennes, de radio op studio Brussel, en we kiezen deze keer voor de route via snelweg. We zijn benieuwd naar onze geboekte plek. We missen het zijstraatje en rijden eerst nog eens een kilometer of 10 te ver. Teruggedraaid, en dan gaat het wél goed. Het laatste stuk is een redelijk hobbelige zandweg met losse stenen. Leuk!

We hadden doorgekregen dat we ons gewoon konden settelen waar we wilden. Er is meer dan genoeg keuze, zo een groot veld tussen de bomen en weilanden. Er staat momenteel niemand anders, maar er zouden er veel kunnen staan. We zijn het meteen met elkaar eens. Bij de grote boom, aan de vuurkorf. Wat een geweldige plek hier, blij dat we alsnog naar hier zijn gekomen.
De eigenaar komt het veld op. Hij stelt zich voor en legt uit waar we de toiletten, douche en afwasplek kunnen vinden. Dan vertrekt hij om een eindje te gaan fietsen. Wij verkennen ondertussen het terrein. Een stukje speelbos voor de kinderen. (En voor de groten). Het toilet- en douchegebouwtje. Een chalet dat je als vakantiehuisje kunt huren. Een tweetal schapen wonen hier ook. Het lijken wel kebabrollen op pootjes, zo groot en rond zijn ze.


Wij zoeken een wandeling via Komoot die ongeveer vanaf deze plek vertrekt. Vierenhalve kilometer, dus dat is makkelijk te doen. Voor de tweede keer vandaag missen we een paadje, we maken er dus onbedoeld een wandeling van vijfenhalve kilometer van. Het is een boswandeling, met hier en daar langere stukken klimmend, dus voor ondergetekende een uitdaging. Al gauw heb ik geen jas meer nodig. De rest van de kleding in principe ook niet meer, maar die hou ik voor de zekerheid toch aan. Luc heeft nergens last van, zelfs niet met shirt, dikke trui én jas.




Als het donker begint te worden, steekt Luc het vuur aan. Ondertussen maak ik het eten klaar. Een hapjesplank met een mix van koude hapjes en wat warme hapjes uit de omnia. Wat een luxe, zo back to basics.


Het is hier stikdonker. Af en toe horen we tussen de bomen in het stuk bos hiernaast wat geritsel. Het is duidelijk dat er iets stapt. We vragen ons af wat het zou kunnen zijn. Ree? Everzwijn? Sowieso niks heel kleins, aan het gekraak te horen.
“….er is hier iets, heel vlakbij.”
Dan ineens staat m’n hart bijna stil, en mijn nekharen overeind. (Kan dat laatste eigenlijk wel?) Ik zie helemaal niks, maar ik hoor nog wel. Ik fluister: ‘Luc….. er is hier iets, heel vlakbij. Maar dan echt héél vlakbij.’ Luc staat recht en schijnt met de zaklamp van zijn telefoon. In het schijnsel, vlak voor ons, kijken 2 paar ogen ons wat schaapachtig aan.