
‘Zijn jullie al wakker? We gaan nog even naar de winkel en dan komen we naar jullie’. Ik zeg dat we allang wakker zijn, en met een ‘tot zo!’ hang ik op.
Ik por Luc wakker. ‘Kom, opstaan, ze gaan zo hier zijn’. Het sliep heerlijk, zo tussen de appels en peren. Als onze dochter en haar vriend even later het pad hier indraaien, begint het lichtjes te druppelen. Gelukkig duurt dat niet lang, en kunnen we buiten ontbijten. Al is het op dit tijdstip eerder brunchen, of zelfs al lunchen.


Het weer blijft een beetje wisselvallig. Regen, zon en wind. We wandelen naar een nabijgelegen boerderijwinkeltje met lokale producten. Met wat tomaten, mirabellen en een flesje kefir wandelen we weer terug. De inhoud van dat flesje zou supergezond zijn, de darmen reinigen en weet ik wat nog allemaal. We hebben het geprobeerd, maar niemand kreeg het echt weg. We blijven ongereinigd. Als het harder begint te regenen, duiken we de grootste camper in en spelen een gezelschapsspelletje. Als de zon weer schijnt gaan we buiten spelen. Kubb.

Ik zal niet zwart op wit zetten wie er gewonnen hadden, maar Luc en ik konden met opgeheven hoofd en een grote grijns afronden. Tijd, alweer, voor een hapje. En rond etenstijd ieder de eigen camper in om eten te maken.


In de avond zetten we onze stoelen rond een vuurschaal. Het waait gelukkig minder hard en het is droog. Goeie gesprekken, drankje erbij, marshmallows….. Meer moet het soms niet zijn.
