
Op de bonnefooi ergens naartoe rijden voor een weekendje? Meestal wel, maar deze keer niet. Onze dochter wil wel eens een keer mee, samen met haar vriend en een geleende camper. We spitten dus de apps door, op zoek naar mogelijke plekjes.
Wat als voorpret begon, mondde al snel uit in lichte frustratie. Wij zouden onze remleidingen eens moeten laten herstellen, dus de Ardennen of Eifel zijn nog even geen optie. Dochter en schoonzoon kunnen maar één nacht langskomen, dus de straal waarbinnen we moeten zoeken wordt nog wat kleiner. Tel daarbij dat we filteren op ‘kampvuur toegestaan’ en ‘bij water’….. het wordt water bij de wijn doen.
Via park4night vinden we dan toch enkele plekken. Sommige wel héél dicht bij huis, dus ik proberen eerst of die met de verste plek nog beschikbaar is. Het is al de avond voor vertrek, dus weer lekker op tijd om te gaan appen. Gelukkig krijgen we van de eerste al antwoord dat we welkom zijn. Een kilometer of 50 van huis, in de fruitstreek. Een camperplaats met 2 plekjes. Niet aan het water, maar je mag er wel vuurtje stoken.
Luc gaat eerst nog even werken. Ik niet, ik moet nog even revalideren. Intussen doe ik wat boodschappen voor dit weekend en laad alvast de bus in. De zon schijnt. We hebben het getroffen!
Dat bleek maar schijn te zijn. Net voor vertrek begint het te regenen en hard te waaien. Gelukkig klaart het onderweg op, en na een paar opstoppingen vinden we de plaats. Er is één verharde plek, die laten we dan maar over aan de dochter en vriend morgen. Die hebben tenslotte een ‘echte camper’ bij. Wij installeren ons een stukje verder op het gras. Onder de kersenbomen, momenteel zonder kersen. Links van ons appelbomen, rechts van ons perenbomen. Fruitstreek…. duidelijk.


Rustig hier. We wandelen een beetje tussen de fruitbomen, en nemen een kijkje aan het gebouw waar ook het toilet zou zijn. Mooi geregeld allemaal. Er is ook een klein keukentje met een tafel, en een douche. Het koken doe ik toch maar in de bus. Het is al best laat als we gegeten hebben, en het wordt al donker. Terwijl ik zo wat dromerig de lucht instaar zie ik ineens een redelijk felle vallende ster. Luc zag het ook. Wauw. Ik doe snel een wens. En nee…. ik spreek, of typ, het niet uit, ik neem het risico niet.

De plek is door de eigenaars voorzien van een vuurschaal en wat stookhout. Wat een luxe! De wind is wat gaan liggen, dus we gaan het riskeren. We halen de aanmaakblokjes uit de bus en gooien wat blokken hout in de schaal. Ik zet er alvast de tafel en stoelen bij. En dan……stortregen! En een bliksemflits. Waarom had ik er niet aan gedacht om gewoon ‘mooi weer’ te wensen?!