
Als de zon wakker wordt, sta ik ook op. Luc draait zich nog een keer om. Ik neem m’n statief mee en wandel het kleine stukje bos naast de camping in. Het is nog stil, op de ook al wakker geworden vogels na. Eendjes laten zich meevoeren door de stroming, een reiger rust uit op een stuk steen dat boven het water uitsteekt. Of zit te loeren naar een visprooi, dat kan ook. Als hij in de gaten krijgt dat ik op het bruggetje sta, vliegt ie weg.

Ver wandel ik niet. De zon staat aan de kant van het voetbalveld dat achter de camping ligt. Toevallig nu net de plek waar ik geen foto’s van hoef. Ik hou het bij het stukje rond onze plek.







Het is de bedoeling dat je om 12 uur de campingplaats weer verlaat. Het blijft toch altijd leuk om andere mensen al vroeg in de ochtend een tent zien af te breken, luchtbedden leeg te laten lopen, spulletjes inpakken etcetera. Wat is een busje dan toch handig. Om 10 voor 12 zetten we de stoelen en tafel binnen, controleren of de kastdeurtjes dicht zijn en rijden zelfs nog vóór twaalven de camping af.
Na toch nog snel het kastje op te pikken dat ik gisteren zag staan in de brocanteshop, zetten we koers naar Comblain. Het plan is om de oude begraafplaats te bezoeken. We parkeren de bus en na een korte klim staan we op het kerkhof. Ik had hier eigenlijk graag eens foto’s gemaakt. Het is er veel te zonnig voor, het geeft niet de juiste sfeer weer van deze hele oude plaats. Toch niet zoals ik wil. Jammer. Alhoewel het wel fijn wandelen is, zo zonder jas nodig te hebben. We klimmen weer naar beneden, tijd om naar huis te gaan. We nemen ons voor hier nog eens terug te komen als het griezelig mistig is.
