
Als er na een paar hectische en druilerige weken zonnig weer voorspeld wordt, laden we wat spullen in en zijn we weg. Luc moet ergens in Nederlands Limburg nog iets oppikken wat ie besteld heeft, dus dan gaan we daar in die regio wel ergens een plekje zoeken. Onderweg al een klein beetje spijt van dat plan. Ik zeg altijd wel dat het overal mooi kan zijn, als je het maar wil zien. Maar onder het rijden zie ik daar nog niet veel van. Net voor we op de uitgekozen minicamping in Well bereiken, verzuchten we nog dat Nederland eigenlijk toch wel het allersaaiste kampeerland moet zijn.
Op plaats nummer 13 halen we de fietsen van de drager, en zetten alvast de tafel en stoelen buiten. We zullen dan maar eerst die bestelling gaan halen, voor we de bus op z’n plaats manoeuvreren. Als we een groot bijgebouw van de camping passeren, zien we rook onder de dakgoot uitkomen. De rook neemt snel in volume toe en ziet er niet uit alsof het zo hoort. Ik ren richting de woning van de eigenaars, terwijl Luc blijft claxonneren. Vanaf dan gaat het heel snel. Ik bel de hulpdiensten, buren komen aangesneld, blusapparaten worden leeggespoten, maar er is weinig tegen te beginnen. Binnen een kwartier is de brandweer ter plaatse, al lijkt dat véél langer te duren als je er op aan het wachten bent. Versterking wordt opgeroepen, en uiteindelijk krijgen ze het geblust. Wat we later vernomen hebben, is dat er kortsluiting ontstaan is. De schade is nog wel te herstellen, gelukkig enkel materiële schade.

We kunnen even niet veel meer doen. We kunnen ook nog niet met de bus terug op de plek. We zitten een tijdje te wachten, gelukkig hadden we onze stoelen al geparkeerd. Als uiteindelijk de brandweer zeker is dat alles onder controle is, gaan we de bus halen. Het is al wat laat om nog aan de fietstocht te beginnen, dus we houden het bij een korte wandeling. Nog steeds een beetje onder de indruk van de gebeurtenis. We hadden nooit mogen zeggen hoe saai Nederland is.



Het is zo’n 15 graden, en als we zorgen dat we een beetje uit de wind en in de zon gaan zitten, is het zalig om buiten te eten. Terwijl Luc een kan koffie maakt, kook ik een eenvoudige pasta. We blijven buiten zitten tot het echt te fris wordt. Normaal mag er op deze camping vuurtje gestookt worden. Het lijkt ons vandaag ongepast om dat ook effectief te doen.



We zitten niet ver van een redelijke drukke weg af, en die hoor je hier ook. Toch stoort het niet, en slaapt het hier gewoon erg goed. Aldus ondergetekende. Luc ligt wat meer wakker. Voordeel is dan weer, (aldus nog eens ondergetekende) dat hij dan als eerste wakkere ’s morgens de koffie zet. Het is zalig ontwaken met de geur van verse koffie.

We gaan wel buiten ontbijten, maar het is koud. Het waait. De zon wil niet komen. En de boer hiernaast begint te gieren. We gaan fietsen. We stellen online een fietsroute samen, en omdat we nu eenmaal geen printer in de bus hebben, schrijf ik oldskool de nummertjes op en plak deze op onze fietsen. Zo georganiseerd als maar zijn kan, vertrekken we.
Binnen no-time zijn we al verloren gefietst, en klopt er niks van de nummertjes. We keren weer een eind terug, en nog eens, en nog eens, tot we uiteindelijk weer een nummertje tegenkomen dat ook op onze fiets staat. Vanaf dan gaat het vlekkeloos. Al is de beloofde zon vandaag niet present, en staat er een ferme wind die we meestal tégen hebben. Ergens op de route stoppen we voor een dubbele espresso. Het is in een taverne bij een camperplaats waar we al eens gestaan hebben. Was toen een hele leuke plek. Nu zijn ze het aan het opknappen. Keurig nette aangelegde verharde stroken, met een beetje gras tussen. Het is voor de meeste camperaars waarschijnlijk een enorme verbetering, voor ons is de charme eraf. Jammer, die plek kunnen we vanaf nu doorstrepen.
Vanaf hier moeten we de Maas oversteken met een veerpontje. Zo handig! Dat zouden ze bij ons aan het kanaal ook moeten hebben, hoef ik niet steeds die brug op te fietsen.


Als we de camping teruggevonden hebben, is het nog te vroeg voor avondeten, maar met een beetje honger gaan we dan maar wat aperitieven. De zon begint nu pas te schijnen, een beetje. We schuiven de tafel een plaatsje verder, waar meer zon en minder wind is. Kan nu wel, er is bijna niemand op de camping. Het beloofde mooie weer valt wat tegen. We willen nog niet zo vroeg al in de bus gaan zitten, dus…. wandelschoenen aan en nog eens de omgeving verkennen. Deze keer gaan we de andere kant op. Goed plan. We vinden daar ook enkele nummertjes die we tijdens onze fietstocht niet vonden. Al schieten we daar nu niet veel mee op natuurlijk.


Het kleine beetje zon wat we overdag zagen, lijkt ’s avonds als het ondergaat megagroot. We eten bij terugkomst aan de bus buiten nog een kom soep. Het is koud, en dat warmt ons wat op. Meer honger hebben we niet, dat aperitieven bleek achteraf gewoon genoeg te zijn om te tellen als avondmaal. Handig, ik hoef niet meer te koken. Het wordt te fris, en een vuurtje stoken durven we hier nog steeds niet, dus we duiken de bus in. Nog een drankje, kacheltje aan, blog typen, en dan slapen. Nee, we gaan niet meer hardop zeggen dat Nederland saai is.