
Duitsland, Oost-Vlaanderen, Ardennen……we hebben 3 camperplaatsen gevonden, en kunnen nu niet kiezen welke het wordt. We blijven 2 nachten staan, dus uiteindelijk kiezen we voor Duitsland. De andere plekken doen we wel een andere keer, eventueel als we maar één nacht gaan.
Onderweg schijnt de zon keihard, en baal ik al dat ik mijn zonnebril vergeten ben. Nuja, vergeten, …… tis eigenlijk nogal logisch dat je dat rond deze tijd niet standaard in je tas hebt zitten. Ik google wat het weer gaat worden op onze bestemming, en wat een kadootje zeg, zo half februari, gewoon een graad of 10. Met veel zon. Blij dat we goed gekozen hebben, vervolgen we onze weg naar Buborn. Een klein dorpje in Duitsland, een uur of vier rijden.
Moeiteloos vinden we de plek die de eigenaar aangegeven had. Tussen bos en weides. Afgelegen, maar met de nodige voorzieningen zoals een stookplaats en privé sanitair. Met uitzicht.


Als we de bus geïnstalleerd hebben, wandelen we wat rond in de omgeving. Behalve een boer in een tractor komen we niemand tegen. Als we bijna terug aan de bus zijn, komt de eigenaar van de camperplek voorbij gereden met z’n pick-up. Hij stopt, stelt zich voor, en vraagt of alles oké is. Alles is oké. Als er iets is, moeten we maar bellen, meldt ie nog voor hij weer vertrekt.




Als het begint te schemeren, steekt Luc vast een kampvuur aan terwijl ik aan het eten begin. De zon is intussen verdwenen en een dikke mist en ijzige kou hebben haar plaats ingenomen. We eten buiten aan het kampvuur, drinken koffie, en later op de avond een wijntje cq biertje.

Tegen dat we gaan slapen, binden we nog onze wildcamera aan een boom naast de bus. We zijn wel eens benieuwd wat hier ’s nachts allemaal passeert. Het vriest lichtjes, dus met een extra dekentje erbij gaan we slapen. Onder een drukbevolkte sterrenhemel, dus morgen mooi weer.
Op dinsdagochtend worden we pas redelijk laat wakker. Het is al bijna 10 uur. Wauw, dat sliep goed hier. Ik schuif het gordijn opzij en verwacht een beginnend stralend zonnetje te zien, maar zie enkel een dichte grijze mist. Luc zet even de gaskachel aan, en ik zet een kan koffie. We halen het sd-kaartje uit de wildcam en bekijken de beelden, maar helaas…..no wildlife. Daarna verhuizen we naar de stookplek. Ontbijten bij het vuur, wat een mooi begin van de dag.

We kunnen nog uren aan het vuur blijven zitten, maar we gaan toch maar eens de wandeling doen die die de eigenaar uitgezet heeft. Zo’n 6 kilometer heen en terug, maar wel met veel klimmen en dalen.





We gaan bij een of andere grot uitkomen, begrepen we. Maar we verdwalen. Zolang we geen borden zien met zijn pijlen is het gewoon rechtdoor. Achteraf blijkt dat er ergens een cruciale pijl op de grond lag. De ‘cave’ vinden we niet. Via Google maps proberen we de terugweg weer te vinden. Intussen wordt de mist hier steeds dichter i.p.v. de beloofde zon. En koud. Het is ijzig koud. Zonder de cave gezien te hebben beginnen we aan de terugweg.
Aan de camperplaats steken we opnieuw het vuur aan. Een probeersel van een overblijfsel flatbread belegd met wat kaas, blijkt verfrommeld in alu-folie nog een megalekkere cowboycroque te zijn. (Eigen verzinsel. Leuk idee voor een volgende keer, dan met mozzarella, tomaat en een pestosaus ofzo.

Uurtje later is de spaghetti klaar, met een homemade saus van thuis uit de vriezer. En opnieuw verse koffie.





Op een gegeven moment is het zo mistig, en zo koud, dat we onze spullen bijeen pakken en de bus in gaan. Gaskachel aan, en samen de afwas doen…. romantisch genoeg voor valentijnsdag. Nog een drankje, blog typen, en dadelijk weer slapen. Morgen weer naar huis.