Back in Belgium

Hoe verder we richting huis rijden, hoe grijzer ons uitzicht wordt. We gaan zelfs even helemaal de mist in. Miezerige regenbuien wisselen af met hevige regenbuien, en de landschappen glijden onzichtbaar voorbij.

Oktober is begonnen, dus het is niet geheel onlogisch dat we ineens in de herfst beland zijn, maar jammer is het wel. Onderweg stoppen we bij zo’n snelwegparking om een stokbrood te kopen. Het is nu niet het moment om af te slaan en een plaatselijke bakker te zoeken. De medewerkster aan de broodafdeling is super chagrijnig, en als we niet direct hebben beslist wat we willen kiezen, negeert ze ons totdat we van ellende maar opgeven en terug achter in de rij gaan staan. Maar soit, we hebben een stokbroodje. Hadden we nu toch maar een dorpje ingereden voor een boulangerie. De gebakjes die ze hier hebben zijn niks speciaals en megaduur. En ik had graag een leuk klein taartje ofzo gevonden. Om te vieren dat we vandaag alweer 32 jaar samenwonen. Misschien straks dan, in de supermarkt. Heb nog tijd genoeg daarvoor, en als ik niks vind is het ook prima, Luc is het tóch vergeten. Ik werp nog wat kleingeld in een koffieautomaat en met koffie en een stokbroodje verse kruidenkaas van de Franse boerin lunchen we snel in de bus, voor we weer en route gaan.

Ineens klaart het weer op en komt er zelfs een zon door. We krijgen hoop op nog een laatste goeie dag. In Luxemburg tanken we de bus nog eens vol. Al is het hier niet meer zoveel goedkoper dan het ooit geweest is. Er is een snelwegsupermarkt, dus ik wil gauw even van die gelegenheid gebruik maken om alsnog iets te vinden. Taart, of een fles champagne, of iets anders geschikts. Ik krijg de kans niet om iets ongezien in te slaan. Luc loopt de hele tijd mee. Doet ie anders nooit in winkels. Misschien straks dan ergens. Nu weer door. Nog voor we de Belgische grens oversteken komt het water weer met bakken naar beneden.

In Aywaille rijden we de oprit van de camping op. Groot is onze verbazing dat er voor ons nog een paar campers staan te wachten om in te schrijven aan de receptie. We wachten keurig onze beurt af. Gelukkig is er nog genoeg plaats, en mogen we zelf een plek uitzoeken. Uiteraard kiezen we voor onze favoriete plek hier. Nr 120C. Aan het riviertje bij de dikke boom, waardoor er op dit plekje geen gras groeit. Luc gaat de stoelen buiten zetten en de stekker insteken en van die dingen, dus ik ga rap even een boodschap doen in de supermarkt net naast de camping. “We hebben toch niks meer nodig?” vraagt ie. “Uhm, (…snel denken…), broodjes voor morgenvroeg hè, anders heb je geen ontbijt”. “Ah ja, moet ik mee?” “Nee, ben zo terug, steek de stekker maar in.”

Behalve de sandwiches voor de volgende ochtend pak ik ook nog een stenen fles wijn in kadoverpakking mee, een kaarsje en 2 gebakjes. Al 32 jaar onder 1 dak, het mag gevierd worden. Na een snelle pasta in de bus gaan we er eentje drinken in het campingcafeetje. Ondanks dat de camping zelf vrij druk bezet is, zeker voor de tijd van het jaar, zijn we hier vanavond de enige. Het is best wel veranderd tegenover voorgaande jaren. Ten goede. Het cafeetje heeft een eenvoudige maar heel gezellige uitstraling. Enige jammere is dat de houtkachel, die toch een prominente plaats inneemt, niet brandt. Met een wijntje en een lokaal biertje proosten we op de volgende dertignogwat jaren.

Plaats een reactie