
Nog 2 dagen voor de drukte op m’n werk weer begint. Net genoeg tijd om er nog even tussenuit te gaan. Ik moet nog wat kleurtjes bijvullen, dus we combineren de trip naar de groothandel met een overnachting. Het wordt dus Nederlands Limburg. We bellen een camping aan de Maas om een plekje te reserveren. Hier in Nederland hebben ze nog herfstvakantie, dus ik vreesde dat het misschien volzet zou zijn, maar er was plek zat. In de late middag installeren we ons op de aangewezen plek. De meeste plaatsen zijn leeg. Hier en daar staat nog een camper of caravan. Op iedere plek is een stoepje gemaakt wat dient als terras. Rond deze tijd van het jaar is dat zeker wel luxe. De zon schijnt, het uitzicht is mooi, en natuurlijk starten we met koffie.


Hoe zalig het ook is om hier zo te zitten, we trekken toch even de wandelschoenen en een jas aan. Al gauw blijkt die jas voor mij wat overbodig te zijn. Een trui eigenlijk ook wel. De herfstzon schijnt volop.



Bij de camping is een taverne, waar we een tafeltje gereserveerd hebben voor ’s avonds. Makkelijk, nu hoeven we niet meer op zoek naar een supermarkt. We zitten in de verwarmde veranda met, alweer, uitzicht op de Maas. Mooie plek, en het eten smaakt voortreffelijk. Echt top. Zeker de moeite om nog eens terug te gaan.

Na dat eten en een karafje wijn, en terug in de bus met de kachel aan, is het al redelijk vroeg bedtijd. Het gordijn blijft deels open, en af en toe worden we wakker en zien we nog (vracht)schepen voorbij varen. De maan schijnt helder boven de rivier, maar ik ben te moe om het nog op beeld vast te leggen.
Juist voor de zonsopgang word ik wakker. De lucht kleurt rood, en ik ben meteen klaarwakker. Ik zet vast een fluitketel water op voor de koffie. Het is nu nog fris buiten. De tafel, de stoelen en het gras zijn vochtig van de dauw en er waait een koude bries. De ramen in de bus zijn ook wat beslaan, dus steken we opnieuw de kachel even aan. Buiten, met een jas aan en een beker hete koffie in de handen geklemd, is het genieten van het uitzicht.




Rond de middag verlaten we de camping. We hebben geen haast, dus de navigatie mag op ‘snelweg vermijden’.
Via kleinere wegen en dorpen rijden we alvast een stukje richting huis. We stoppen bij een parkeerplaats in een bos, drinken een koffie (ja alweer) en volgen een bewegwijzerde wandeling van zo’n 5 kilometer. Tussen de bomen is het een stuk minder fris dan aan het water, dus de jas mag al snel weer uit. Op de plattegrond leek de route interessanter dan dat ie in werkelijkheid was. De wateren die je onderweg meermaals zou passeren bleken maar minieme slootjes te zijn. Maar soit, de herfstkleuren, de zon en de paddenstoelen maakten dat weer goed.





Ik hoor ineens een klein beetje geritsel en het lijkt alsof ik in de verte vanuit mijn ooghoek iets zie bewegen. Verscholen tussen de bomen staat een ree ons in de gaten te houden. Ik moest 50x inzoomen, dus de foto is niet mooi of scherp, maar ze is wel zichtbaar.

We besluiten dan nóg maar een wandelroute te doen. Een korte van zo’n 3 kilometer. Voor de extra beweging goed, maar deze was enkel een rondje rond de hei, dus niet echt iets te zien. We rijden verder richting huis, zonder snelweg te nemen. Tegen etenstijd pikken we ergens een pizza op, die we in de bus opeten. Als we bijna thuis zijn, zo tegen de avond, slaat het weer om. De zon is onder, en in de plaats krijgen we nu regen. Alweer perfect getimed. Het voelt ineens wat minder jammer dat ik vanaf morgen weer aan het werk moet.