Zaterdag, week 2

Onze bus staat zo geparkeerd dat we ’s morgens uitzicht hebben op de zonsopgang. De wekker gezet, omdat ik me niet wil verslapen, en ruim op tijd ben ik er helemaal klaar voor. Ik open de gordijnen en…… het veld en de bergen zijn gehuld in een dikke grijze mist. De mist is niet van plan snel op te lossen. Kijkend door het andere raam, over de rivier, hetzelfde decor. Grijs. Tot zover het plan om deze blog vandaag op te leuken met een spectaculaire zonsopgang.

Als de mist opgetrokken is komt er af en toe een flauw zonnetje door. We drinken koffie aan de rivier, en het is al tegen de middag als ik wat te eten ga maken.

We gaan voor een tosti met kaas, en een restje salade van gisteren. De tosti’s bak ik gewoon in een pan. Een keer omdraaien zodat beide kanten bruin worden, zorgen dat de kaas genoeg smelt maar dat het brood niet aanbrandt…. het gaat moeiteloos op het campingpitje. Ik dresseer 2 borden met salade, en als de tosti’s er perfect uitzien neem ik de pan van het vuur, en schep in één vloeiende beweging de eerste tosti tegen de grond. Tot zover de perfecte tosti.

Het is een graad of 18. Perfect wandelweer. We willen vandaag de andere kant van de camping eens verkennen. Dwars door de wei, wat overigens ook gewoon een wandelpad is, lopen we daarna door de maisvelden en andere boerenvelden, dwars door een notenboomgaard, en steken een stukje water over via stapstenen.

Het water is hier ongelooflijk helder. Ondertussen is de zon volop gaan schijnen, 26 graden, geen zuchtje wind, en amper schaduw. We bereiken het volgende dorp, waar het kasteel staat waar we vanuit bed tegenaan kijken, en drinken er eentje op een terras. De tweede keer dat we onze covidsafe documenten moesten laten checken.

In de volle brandende zon wandelen we dezelfde route weer terug. Ik heb thuis voor vertrek wel een bus zonnecreme in de bus gegooid, maar daar hebben we niet veel aan als we die vervolgens vergeten mee te pakken op wandeling. Terug aan de bus ploffen we neer op onze campingstoelen onder het bladerdak van de boom, wat een welkome schaduwplek is nu. Tot zover de frisse o̶c̶h̶t̶e̶n̶d̶ wandeling.

We zien op de kaart dat er hier nog een aantal mooie dorpjes in deze regio liggen, en we zoeken alvast slaapplekken in de buurt. We vinden niet echt iets naar onze zin. Of het is nog redelijk ver van de dorpen af, of het is zo’n camperparking aan de rand van het dorp. Even twijfelen we of we dan morgen maar gewoon weer een heel eind verder gaan rijden, een paar honderd kilometer ofzo. Kunnen we doen. Maar gelijktijdig krijgen we beide het idee: en als we hier gewoon nóg wat langer blijven staan?

Het wordt al een beetje donker als we aan het avondeten beginnen. Een simpele, maar heerlijke, maaltijd. Als het echt donker is, hebben we weer dat mooie uitzicht op het verlichte kasteel. Straks ook weer vanuit bed te zien. Inclusief maan en sterren. Het is echt zo’n sprookjesachtig decor. Maar hoe hard ik ook mijn best doe, ik krijg het niet mooi op foto. Jammer. Ik ga nog een klein flesje rosé opentrekken, Luc pakt een blond biertje, en we hebben beslist dat we blijven staan. Morgen bezoeken we wat plaatsen met de bus, en komen dan gewoon weer hier overnachten. Tot zover onze strakke planning.

In het echt is het uitzicht véél mooier!

Plaats een reactie