
‘Jullie weten de plekjes wel te vinden’ stuurde de dochter ons gisteren nog. En eigenlijk is dat vaak ook wel zo. We vermijden zoveel mogelijk de grote en drukke camperparkings, gaan de kleine binnenwegen in en vinden vaak de mooiste staanplaatsen. Zoals ook deze plek waar we vandaag wakker worden. Buiten in de zon is het zelfs best warm. We hebben geen haast en het is dan ook al een stuk in de middag als we vertrekken.
Eerst genieten we nog van de route. De glooiende wegen door bossen en langs meren, af en toe een dorpje doorkruisend gaan ineens over in een saaier landschap op een drukkere weg. Dat is altijd het jammere van een terugweg, het wordt er niet beter op. We willen doorrijden tot tegen de avond en ik zet een campingadres in de navigatie. We willen nog eens faciliteiten. We hebben vanmorgen het ontbijt overgeslagen en ook de lunch. We hebben nog geen zin om ergens te stoppen voor een broodje maar wel al honger. Het wordt een zak chips op het dashboard. Kan ook. Iets na zessen vinden we de camping. Er lijken nog wel wat plaatsen vrij maar we vinden het allebei maar mwah. We zijn nog vroeg dus dan gaan we gewoon naar de volgende. Die is niet zo heel ver rijden, toch niet als je naar je co-piloot luistert. Anders maak je een flinke omweg. We maken een flinke omweg. De plaats lijkt ook wel oké maar de leukste plekken, beschut aan de rand met zicht op het meer, zijn al volzet. De enige optie is je midden op de wei aansluiten bij een rijtje campers. Zonder uitzicht. Alweer mwah dus we rijden door. Optie 3: een boerderijcamping. In de buurt van Ljungby. Ook met faciliteiten, en zicht op het meer. Derde keer, goeie keer?
‘Nou, daar staan we dan’
Nou, daar staan we dan. Het is dat het intussen al wat laat is, we geen zin meer hebben om nóg verder te zoeken vandaag en het lichtjes begint te druppelen, anders waren we omgedraaid. Van de 3 opties vinden we dit met stip de minst leuke. Het meer is ergens een plas in de wei. Overvolle vuilnisbakken. Plastic stoelen her en der verspreid. Het ziet er niet echt gezellig uit. Een douche is er wel maar die slaan we toch maar over. Denk aan een gemiddelde snelwegparkingdouche. Zoiets. Over snelweg gesproken, die hoor je goed op de achtergrond. We zijn de enige momenteel en voor deze ene keer begrijp ik dat volledig. We settelen ons en proberen er dan maar het beste van te maken. ‘Als we de luifel uitklappen, kunnen we gewoon nog buiten blijven zitten’ stel ik voor. Luc vindt het ook een prima idee. Het luifel wil niet. Ondanks dat we een dik half uur hebben staan klooien, krijgen we het niet ineen geklikt. Natgeregend rollen we ‘m maar weer op en gaan de bus in. Eerst koken dan maar.
Achter de staanplaatsen loopt een pad recht het bos in. Daar is een soort parcours gemaakt. Als je een code scant en 55 kronen betaalt, mag je dat gaan doen. Per persoon. Wablief?! Het stuk parcours wat we zien, is niet meer dan wat planken om overheen te wandelen, afgewisseld met eens wat autobanden of een trapje. Het ziet er ook allemaal aftands uit. Dat gaan we dus echt niet doen. Of we de camping kunnen betalen is zelfs nog af te wachten. De qr-code werkt alleen met een Zweedse bankapp of met een creditcard. We hebben het allebei niet. Ze komen het maar halen morgen. Cash ofzo.


Ja we weten de plekjes wel te vinden! ; -/