Rendierendag

‘Zullen we nog effe een foto gaan maken bij de kerstman en dan verder rijden?’ ‘Oké!’ Als we er aankomen is de stoel van de kerstman leeg. Hij heeft net even plaspauze. Intussen zien we bordjes dat het verboden is om zelf foto’s te maken. Uiteraard kun je het wel ter plekke laten doen maar we vinden de prijs absurd hoog, iets van 40 euro. Zó graag gaan we nu ook weer niet op de foto. Dan maar naar de rendieren, dat was gisterenavond ook gesloten. Voor slechts 7 euro per persoon mag je die beesten een tak met blaadjes voeren.

Luc moet nog even terug naar de bus iets halen dus ik wacht intussen bij de ingang van de rendieren. Ik ga op de bank aan een kampvuurtje zitten waar een medewerkster juist een extra houtblok op gooit. We raken aan de praat en ze vertelt enthousiast over Finland, de natuur en de dieren. Ze geeft tips over mooie plaatsen en spelt deze zelfs voor me in de aantekeningen app op mijn telefoon.  We kijken dan straks wel of het haalbaar is qua afstanden. 

Eerst de uitleg over de rendieren. Ze stelt ons al meteen gerust door te zeggen dat het vegetariërs zijn, dus we moeten niet bang zijn. Da’s makkelijk gezegd, schrik heb ik toch wel. Ik kom niet graag dichtbij zo’n grote beesten. Gewapend met elk een tak met blaadjes gaan we de poort door. Al direct hebben 2 rendieren de lekkere hapjes gezien en komen op ons af gelopen. Voor de duidelijkheid, ik heb het over de takken met blaadjes. Ik houd de tak stevig vast, zoals geïnstrueerd, en voel me best heldhaftig dat ik niet wegloop. De reden dat je de tak stevig vast moet houden is omdat een rendier de bladeren er niet af kan bijten maar er af trekt. Daardoor bijten ze ook niet in je vingers, hooguit wat sabbelen. Tegen dat ‘mijn rendier’ bijna aan het einde van de tak is, geef ik gauw de tak terug aan de medewerkster. ‘Klaar!’ Zeg ik. Ze begreep het. ‘Mijn rendier’ ziet nieuwe groene blaadjes binnenkomen en gaat er weer vandoor. Ik kan nog net een foto maken van Luc met ‘zijn rendier’. De volwassen rendieren zijn hun wintervacht aan het verliezen, vandaar de kale plekken. Een stukje verderop ligt een jong rendiertje relaxt in de zon. Het is net een maand oud. Zo schattig! En wat minder eng om te aaien. Zo zacht!

We hebben het nu wel gezien in het kerstdorp. Terug in de bus zoeken we de plaatsnamen op die ik van mijn Finse vriendin kreeg. Helaas ligt alles net wat ver de andere kant op als dat we van plan waren. Als we dat nog doen dan moeten we de laatste week wel echt lange dagen maken met rijden. We besluiten om richting Zweeds Lapland te rijden. Via een wat kleinere maar mooie weg rijden we 2 uurtjes verder. Eigenlijk maar een uurtje. Als we de grens over zijn, gaat de klok weer een uur achteruit.

Een nog jong rendier steekt ineens op het gemak de straat over. We vertragen. Als we elkaar passeren kijken we hem aan en hij kijkt ons aan. Ik kan nog snel een foto maken. Prachtige beesten. Een stukje verder zien we plots een eland. Deze is helaas wel schichtig en vlucht het bos in. Ik was te laat met m’n foto.

‘If you have hearts, you’re welcome’

We vinden een camping via de park4night app. We willen even niet veel rijden, en wat gebruik maken van voorzieningen. Haren wassen onder een warme douche is toch net wat lekkerder dan buiten een kan koud water over je hoofd gieten. We kunnen misschien een wasmachine draaien. En op het gemak wat wandelen en in de zon aan het water zitten. Het weer valt mee. Af en toe een kleine regenbui, maar ook zon. Misschien blijven we zelfs wel 2 nachten. De eigenaar is net het gras aan het afdoen op zijn zitmaaier. We vragen of er nog plek is. ‘If you have hearts, you’re welcome’ is zijn antwoord. Hij gaat ons voor op zijn zitmaaier en wijst waar we kunnen staan. Het is een hele vriendelijke man. Het is niet druk op de camping, er staan in totaal 6 campers met ons erbij. We kijken uit op een meer, en achter ons is zijn woning en de bijhorende faciliteiten voor de gasten. Overdekt terras, toiletten en douches, een dance-hall (ja echt), een barbecue, etc. Hij probeert echt zijn best te doen om het zijn gasten naar de zin te maken. Als we terugwandelen van het water komt er een oud autootje ons tegemoet gereden. Het is de eigenaar. Hij stopt en hangt uit het raam ten teken dat hij iets wil zeggen. Eerst denk ik dat hij alvast wil afrekenen maar hij komt melden dat hij weg moet. Hij moet ergens gaan eten. Of wij misschien nieuwe gasten een plek kunnen wijzen, mochten er nog nieuwe gasten komen? ‘Ik zal niet te lang wegblijven’. Het is een wat vreemd verzoek, maar ook wel grappig. ‘Natuurlijk doen we dat, geen probleem’, antwoorden we.  ‘En doe maar op je gemak hoor!’ En zo zijn we plots campinguitbaters. Het zou nog echt iets voor ons zijn eigenlijk.

Het is hier echt wel leuk. Maar. Máár….. de muggen zijn hier ook echt wel enorm aanwezig. In de camper, ook al doen we de deur steeds toe, buiten. Waar we ook gaan of staan, ze zoemen rond je hoofd, en je loopt de hele tijd te meppen. Tevergeefs. We wisten uiteraard dat er in Scandinavië muggen zijn maar zo veel als nu hebben we de vorige keren niet gehad. Volgens de campingeigenaar is het dit jaar ook extreem. We koken en eten binnen in de camper. We zijn nog geen spul gaan halen bij een apotheek, (ja, stom ja) dus we proberen maar andere manieren om er vanaf te raken. Geurkaars werkt niet, een aftershave of andere geur sprayen werkt niet. Een ventilator werkt niet. Dan maar weer vuurtje stoken. Ook dat werkt alweer niet.

Tegen middernacht laten we het vuur uit gaan. De zon staat intussen een stukje verder aan het meer. Prachtig. Maar of we hier ook echt 2 nachten gaan blijven, weten we ineens niet meer zo zeker.

Voor deze laatste foto’s had ik wat ingezoomd, daardoor lijkt het hier wat donkerder dan het eigenlijk was.

Plaats een reactie