à la ferme

De eenden, ganzen en zwanen in het meer tegenover ons trekken zich niets aan van het grijze weer. Ze dobberen gewoon rond, net als anders. Het is kouder dan anders. De regen plenst op het dak, al de hele nacht, en wij wikkelen ons nog eens warm in het dekbed.

We zien er tegenop om op te staan. Het is duidelijk dat de zomervakantie afgelopen is. Toch voor ons. We hebben niet meer genoeg dagen om nu nog van koers te veranderen richting de zon. Het is al na de middag als we vertrekken, met een vaag routeplan richting regio Auvergne. Bij Toulouse nemen we een tijdje snelweg, maar eenmaal die drukte voorbij weer de route zonder snelweg. Door het monotone geluid van de ruitenwissers, en de verwarming al op standje halfwarm, worden we wat lui. Het heeft zo geen zin om al vroeg ergens te gaan staan, dus we rijden door tot een uur of 6. Ik zie een leuke camping, en volgens de app vlakbij. Ik verander de route en we vinden algauw de camping. Maar da’s dan ook alles. Het lijkt verlaten, alhoewel het toiletgebouw open is. Een receptie zien we niet. De plaatsen lijken al een tijdje niet meer onderhouden, het gras staat hoog, en het enige dat we zien is een oude caravan die er al lang ongebruikt lijkt te staan. Snel zoek ik een andere camping uit. Als we de camping af rijden zien we op de laatste plek toch nog een tentje staan, maar we hebben al geen zin meer, dus we vragen ook maar geen verdere informatie. De volgende camping is slechts 5 kilometer verderop. Ook daar is alles verlaten, op 1 caravan na. Heel aantrekkelijk ziet de camping er niet uit. We checken de doucheruimte en het is daar gewoon stervenskoud. Bij de receptie hangt een briefje met een telefoonnummer, maar we besluiten om ook deze plek te verlaten. Té verlaten.

We hopen op derde keer goeie keer. Nu een kronkelweg van 8 kilometer, en dan is daar nog een camperplek. In Lachamp. Bij een boerderij. Gratis. Daar aangekomen staan er al 2 enorm grote campers. Ik vraag me af hoe die naar hier hebben kunnen slingeren. Of hebben wij de makkelijke weg gemist? We kunnen er nog wel bij. Een nog jonge boerin heet ons welkom, en ik vraag in mijn beste Frans of we een nachtje kunnen blijven. Ze antwoordt dat ze wel een beetje Engels kan, als we dat willen. Mijn beste Frans heeft duidelijk nog wat oefening nodig. Ze legt uit dat de overnachting gratis is, maar dat een kijkje in hun winkeltje en op de boerderij wel gewaardeerd wordt. Ze hebben 30 varkens, en 65 koeien. Ze maken zelf kaas en andere zuivelproducten, alsook worst, jam, appelsap en andere producten. Terwijl we naar het winkeltje wandelen roept de grote-camper-buurman iets uit zijn raam naar ons. Geen idee wat, dus ik zeg dat ik het Frans niet zo goed versta. Hij wenkt dat we moeten komen kijken, en laat dan zijn buit uit de winkel zien. Een megagrote worst. Hij steekt zijn duim erbij op, ten teken dat ie echt goed is. Wij steken ook onze duim op, als dank voor zijn tip. We proeven een kaas, en kopen zo een blok. Luc kiest worst uiteraard. Niet zo’n hele grote, maar onze camper is dan ook kleiner.

In de stal waar de varkens zitten heb ik meer oog voor een nestje boerderijkittens dan voor de biggen. Het regent niet meer, dus we doen nog even een wandeling rond de boerderij. Het is echt een superleuke plek, met een enthousiaste jonge boerin, en een schattig winkeltje. Een paar grote loslopende honden die gezellig met ons een stukje meeliepen. Hier mag dat nog.

’s Avonds maak ik een stoofpotje, het is er het weer voor. Hoe, en hoe ver, we morgen gaan rijden weten we nog niet. Dat is dan wel weer het voordeel van dit weer….. het is wat minder erg dat je weer naar huis moet.

Plaats een reactie