
Het is maar langzaam wakker worden vandaag. We blijven twijfelen wat we gaan doen. Er een rustdag van maken en blijven staan? Tegen half 12 hakken we de knoop door, we gaan weer verder. We rollen de luifel terug op, laden de spullen in, doen de klusjes, draaien de stoelen om, en om 10 voor 12 rijden we de camping af. Dat ging snel.
Het is maar een klein eindje rijden naar het naburig dorpje Baquedano. Van daaruit start een mooie wandelroute. Zeggen ze. Dat gaan we dan maar eens bekijken. We betalen 5 euro voor de parking, moeten ter plekke nog onze wandeling gaan reserveren in een gebouwtje, en krijgen vervolgens de reservatie en plattegrond via mail. Wij wisten niet dat we eigenlijk hadden moeten reserveren, maar ze willen dus het aantal wandelaars tegelijk in het bos beperkt houden. Achteraf wel heel fijn, want zo is het er nooit te druk. Wandelschoenen aan, flesjes water in de rugzak, ook maar een jasje erbij want het is hier óf heet óf koud. We moeten eerst het dorpje door, en vervolgens via een lang pad het bos in.

Het eerste stuk is er nog niet veel te zien. Het pad leidt ons tussen de bomen door, terwijl we steeds hoger klimmen. Ik voel hoe m’n kuiten al een beetje afzien, en hoop dat het de moeite waard gaat zijn. De rivier Urederra ontspringt in dit natuurgebied. Vertaald vanuit het Baskisch betekent Ure derra mooi water, dus dat hopen we dan ook te zien.
Het is een wandelroute van zo’n 7 kilometer in totaal. Vanwege het vele klimmen en dalen vind ik het best een pittige route, maar nog wel goed te doen. De vele stenen in de grond, en de dikke trapachtige boomwortels maken het klimmen wat makkelijker.

Voor we er erg in hebben zien we ineens een waterval, die neerkomt in een water zó blauw….. prachtig!

Denkend dat we het nu gezien hebben, vervolgen we onze route. De rivier blijft zo turkoois blauw, het lijkt bijna gefotoshopt. Dit is echt mijn favoriete kleur blauw. En zo helder dat je de stenen op de bodem kunt zien, en de vissen ziet zwemmen. Ongeveer 2,5 uur klimmen en klauteren we door dit ‘sprookjesbos’. We hebben er geen spijt van, zo waanzinnig mooi is het.












Als we terug aan de parking zijn, hebben we allebei geen zin meer om nu alweer een eind te gaan rijden en een slaapplek te zoeken. “We kunnen ook terug naar de camping rijden waar we vandaan kwamen? En daar straks douchen? En een pizza bestellen?” We zijn het snel met elkaar eens. De douche en de pizza hebben ons overtuigd. Het meisje van de receptie kent ons nog, en we mogen weer een plaats uitkiezen. Plek zat. We zijn de enige nu. Even later komt er een Nederlands busje bij staan dat er gisteren ook stond, en vandaag dezelfde wandeling deed.
Ook vandaag gaan we niet zelf koken. We gaan weer uit eten in de campingbar. Luc neemt een soort steak met frietjes, ik een 4-kazen pizza. Mijn pizza blijkt gigantisch te zijn. Ik krijg het bijlange na niet op, en de serveerster geeft me de overschot ingepakt mee. Morgen pizza4breakfast!
