
De dag begint bewolkt, maar toch ook zonnig. We kijken uit over een weidse vlakte. Vanwege de wind moeten we snel onze koffie leeg drinken voor ie koud is.
Een Spaanse auto stopt bij ons, ziet ons Belgisch nummerbord, en probeert in zijn beste Frans uitleg te vragen over een nabijgelegen Romeinse site. Ons Frans is ongeveer even goed als ons Spaans, dus hij gaat uiteindelijk maar elders informeren. De site blijkt ongeveer een kilometer rijden te zijn, dat komt ie ons nog melden als ie weer passeert, op weg er naartoe. Nog geen kwartiertje later rijdt ie weer voorbij, en claxoneert naar ons. Dat was snel, het zal niet echt de moeite geweest zijn? Na de ochtendrituelen pakken we in om verder te trekken. Toch nieuwsgierig naar die Romeinse site doen we dat eerst nog even. We begrijpen niet alles op de borden met uitleg, maar het moeten restanten zijn van een hele stad van meer dan 2000 jaar geleden. Niet enkel in dit dorp hebben archeologen dat ontdekt, ook in enkele andere dorpen in de buurt. Het idee dat wij rondlopen op restanten die echt in die tijd gebouwd zijn, is wel apart. Maar verder vinden we het ook weer niet zó interessant, dus na een korte wandeling stappen we weer in de bus.

We zetten het plaatsje Olite nog eens in de navigatie. Dat hebben we al eens bezocht, maar vanwege de plaatselijke feesten hebben we toen niet echt rond kunnen wandelen, op het kasteelbezoek na. Nu gaan we Olite, een mooi oud stadje, zelf bezichtigen. Ik vind het een beetje het Durbuy van Spanje. Alweer hebben we wat verkeerd getimed. We moeten eens onthouden dat siësta hier op sommige plaatsen nog heilig is. De winkels zijn dicht, de steegjes verlaten, en alleen een enkel terras is open. Dan maar eerst een drankje. Ik schrik van de rekening. Het is €2,60, voor een koffie en een glas wijn. Daar heb je bij ons maar net de koffie voor.

We wandelen de steegjes nog eens een keer door, tot er enkele winkels open zijn. Er is een ambachtelijke bierbrouwer, en daar willen we ook eens gaan kijken. Of kopen. Helaas is die nu net toevallig vandaag gesloten. Bij een keramiek verkoopster kopen we 2 kurken waar ze iets op heeft zitten kleien. Vinden we wel leuk om de wijnflessen mee af te sluiten. Zodat er geen insecten in kruipen. Want alhoewel ik al goeie verhalen gehoord heb over de Spaanse vlieg, vinden we het tot nu toe toch maar irritante beestjes. Het wordt nu iets drukker in de straten. Ik maak nog een paar foto’s, en dan zijn we het geslenter wel weer moe.





Er is een camperparking in Olite, waar we de bus hebben staan, maar we hebben geen zin om hier ook te overnachten. Die echte parkings zijn niets voor ons. We zoeken een camping uit in de richting van de volgende plek die we morgen willen gaan bezoeken. Onderweg wordt de lucht steeds donkerder, en de wolken hangen dreigend boven de bergtoppen. Enkele bliksemflitsen en dikke regendruppels maken het plaatje compleet.

We vinden de camping nog net op tijd, even later sluit de receptie. Fijn dat we hier stoeltjes enzo buiten mogen zetten, maar dat doen we nu toch maar even niet. Gelukkig zitten we droog in de bus. We zullen wel zien wanneer het opklaart. Ondertussen kook ik een romige pasta met heel veel champignons.
Als de druppels gestopt zijn, en het lijkt alsof het wel een tijdje droog blijft, willen we een stapje in de wereld zetten. Het is vrijdagavond, en het is maar een kwartier wandelen naar het centrum. Ook dit is een oud stadje met veel middeleeuwse elementen. Er staat een stevige wind en het is koud maar droog. Het centrum valt wat tegen. Zoveel leven is er niet vanavond. Dan maar weer naar de camping, het is al na elven. Voor we gaan slapen nog een drankje en de blog tikken. En misschien nog een plan B bedenken, voor als het morgen ook zou regenen.