
Alweer dat fantastische uitzicht als we opstaan. Met het enige verschil dat het nu geen strakblauwe lucht is, maar eentje met een gemoedelijk wit wolkendek. Het is een paar graden frisser dan gisteren maar, zeker voor ons, nog warm genoeg. Nog even ontbijten in dit decor, en dan is het weer tijd om in te pakken. Hoe tof het hier ook is, het is wel serieus overpriced. Eigenlijk is het enkel het uitzicht wat het voor ons de moeite maakte. Met een gesloten terras/bar/restaurant, de toiletten en douches in een container, geen mogelijkheid om grijs water te lozen en kraanwater aan te vullen, is 35 euro per nacht in het laagseizoen echt wel teveel. Maar bon, ’t is vakantie.
Als we klaar zijn voor vertrek vragen we de eigenaar nog waar we de porta potti kunnen legen. We vinden het namelijk nergens. Ontkennend schudt hij zijn hoofd. “No, not possible, we don’t have that, we are ecological, maybe you can go somewhere…..” ratelt hij terwijl hij met zijn arm richting nergens wijst. Ik raak lichtelijk geïrriteerd. No no amigo. Wij hebben 70 euro mogen dokken voor 2 nachten. Jij rijdt met je wagen tig keer op en af van je stacaravan naar de receptie, wat mákkelijk te voet kan. Kom nu niet af met je zweverige ecocamping-onzin! Ik dácht dit, ik zei het zo niet hardop. Maar hij zal het aan hebben voelen komen, want ineens kon het dan toch ergens. Voor deze ene keer. We hebben ‘m beloofd dat we ecospul in die pot hebben zitten, wat niet eens gelogen is.
Het 6,5 kilometer lange pad van de berg af, waar we toch wat tegenop zagen, viel eigenlijk best wel mee. In daglicht is dat een stuk minder akelig, en naar beneden is ook makkelijker dan naar boven op die steentjes, al moet je ook nu niet beginnen schuiven. Gelukkig heeft het niet geregend.

Een paar kilometer verderop stoppen we in Puente de Montañana. Het stond ergens aangegeven als een leuk middeleeuws dorpje. We wandelen er eens door, maar vinden er weinig aan. Oke, het heeft een paar oude huizen, maar middeleeuws of speciaal mooi? Neuh.


We zetten weer koers richting Navarra, en onderweg een stop bij een supermarkt en tankstation. We kunnen er weer een paar dagen tegen, en onderweg gaat er al een zak chips leeg. Lunchen kan tegelijk met wat foto’s maken van de alweer wisselende decors.


Vroeg in de avond zoek ik een plek uit op de bekende app. Het ligt, als ik het goed begrepen heb, precies tussen 2 plaatsen in die we de komende dagen nog willen bezoeken. Komt mooi uit. Het is een gratis camperplaats in een klein oud dorpje. We verwachten er niet veel van, maar meer dan een slaapplek hebben we nu in principe niet nodig. Maar juist als je het niet verwacht is de verrassing des te groter. Aan de rand van het dorp, naast de laatste (en enige?) bar in het dorp is een grote plek voorzien. Vanaf daar houden de huizen ook op en heb je een weids uitzicht. Je kunt grijs en zwart water lozen, je kunt drinkwater tappen. In de avond branden er enkele lantaarns. Je mag hier zelfs je stoelen en tafel buitenzetten, en het kost niks. Wat boffen we weer. We wandelen eens door het dorpje, wat er wat verlaten bijligt. Toch heeft het wel iets charmants. We vinden dat we minstens ergens iets moeten gaan drinken hier. We komen bij onze buur de bar terecht. Het lijkt meer op een kantine van een of andere vereniging. Er staan enkele tafeltjes en stoelen, er is geen menukaart te bespeuren, en het is ons ook niet helemaal duidelijk wat er eigenlijk te verkrijgen is. We gokken dat ze een cola en een koffie wel zullen hebben. Even later zitten we aan onze cola en koffie. Aan een ander tafeltje zit een jong gezin. En de rest van de tafels wordt in beslag genomen door een groepje bomma’s die bingo’en met een biertje in de bar. We verstaan er niks van, maar ze hebben het duidelijk naar hun zin.



De zon gaat onder. Helemaal volgens het Spaanse ritme beginnen we laat aan het avondeten. Een simpele kaasfondue met wat stokbrood en groente, en ieder een klein karafje wijn. (Luc leert wijn drinken, en hij leert verrekte snel ;))

