
En óf dat de moeilijkste wegen naar de mooiste bestemmingen leiden. We staan op bijna 800 meter hoogte, en hebben een panoramisch uitzicht. Het is echt fantastisch hier. Jammer dat het op foto’s nooit zo lukt om diepte weer te geven.
We drinken onze koffies terwijl we naar beneden kijken. Als ontbijt zaag ik het 3 dagen oude stokbrood in stukjes. Besprenkel het met een beetje olijfolie, beleg het met wat kaas, en steek het in de wonderpan. Het smaakt weer als nieuw. Bijna dan toch. We hebben haast geen voorraad eten meer, wel een noodrantsoen. Misschien is dit dat moment? Of rijden we verder, en stoppen we onderweg bij een supermarkt? Allebei vinden we het wel zonde om al te vertrekken. Een dagje hier op deze berg is ook wel relaxed. Wel duur, maar vooruit, we hebben maar één keer zomervakantie per jaar. En er is een huiskamer, keukentje en terras wat je mag gebruiken, naast een kleine bar-restaurant. Kunnen we ook daar dan iets gaan eten of afhalen, de menukaart ziet er goed uit, en het terras is gezellig ingericht, en uiteraard met hetzelfde mooie uitzicht. We wandelen naar het gebouwtje waar de eigenaar is en boeken een nachtje bij. Helaas is het geen hoogseizoen meer dus z’n bar is dicht vanavond. Een fles water, fris of wijn kunnen we wel kopen. Met een koude fles wijn wandelen we weer naar de bus. Het zal een hele goeie zijn, het kost hier 3x meer dan in de supermarkt. Maar naar de winkel is vandaag geen optie. We moeten rekenen op zo’n 40 minuten rijden naar de dichtstbijzijnde winkel. Een weg waarvan we die eerste 6,5 kilometer al kennen, dus dat gaan we niet doen. We hebben niet voor niks een noodrantsoen mee.

Onze voorgenomen wandeling op deze berg korten we al snel in. Het bergop is zo vermoeiend in deze hitte, dat we het bij een klein rondje over de camping houden. Het is geen camping zoals de meeste. Er zijn maar enkele plaatsen voor passanten en deze liggen vrij ver uit elkaar. Er zijn ook een paar huisjes op de weg naar boven, die ook van dezelfde eigenaar zijn, en een tipi en een yurt. Allemaal te huren. Vanaf het begin van de weg onderaan de berg tot boven…. het is één groot domein. Het moet zalig zijn om zo’n plek te hebben. Alleen die weg, hoe gaan ze dat doen als het winter is?

Namiddag verplaatsen we onze stoelen naar een schaduwplek onder de eik. Eigenlijk is het nog maar een jonge kleine eik, maar we zijn blij met zijn schaduw. We lunchen laat, maar uitgebreid. Ik zoek in de kastjes en koelkast naar iets bruikbaars, en probeer er één geheel van te maken. Ik noem het een ‘creatief-met-restjes-borrelplank’.

We blijven vandaag vooral lui rond de bus hangen. Wat lezen, drankje erbij, beetje buurten. Te warm om vandaag onze 10.000 stappen te halen. Daarbij kunnen we vanaf onze berg echt kilometers ver kijken, dus we hoeven niet te zeggen dat we niks van de regio hebben gezien.





Recht tegenover ons gaat de zon onder. Had ik al gezegd dat we hier op een prachtige plek zitten? We zien de zon zakken achter de berg, een mooie rode gloed nalatend. Als ook de gloed verdwenen is, komt tegelijk met de duisternis de kou. Zit je het ene moment nog te puffen van de hitte, het andere moment sla je een dekentje om je heen om het weer warm te krijgen. We gaan nog wat onder de sterren zitten vanavond. Het zijn er weer veel, en we denken er zelfs ene te hebben zien vallen. Zeker zijn we niet, maar we doen toch maar een wens. Je weet maar nooit.

