
“Wat een grappig uitzicht zo”, zei ik nog, terwijl ik een foto maakte van de weg die voor ons lag. “Net alsof we nergens heen gaan”. We hadden toen nog geen vermoeden van de correctheid van deze beeldspraak.
Woensdag
Met onze zorgvuldig uitgeschreven planning bij de hand, rijden we de camping af. Ondertussen stel ik de navigatie in. Het plaatsje vindt ie niet, maar geen nood, ik heb nog coördinaten. Maar hoe ik ze ook invul, en opnieuw, en lichtelijk aangepast… het lijkt op geen enkel ogenblik op de afstand of de route die we gisteren uitgetekend hadden. Plaats A slaan we dan maar over, tegenvaller. Gelukkig hebben we een plan B en C.
Olite. Een klein stadje met een prachtig middeleeuws uitziend centrum. Er zijn terrasjes, winkeltjes, een kleine supermarkt, en we kunnen er ’s avonds een hapje eten. Dan overnachten op een camperparking en van daaruit de volgende dag door naar een natuurpark in de regio. Ik heb het goed geregeld. De wegen zijn leuk om te rijden, het uitzicht is bijna overal natuur, soms groen soms dor, een dunbevolkte regio. Moeiteloos vinden we Olite, en we parkeren aan de rand van het stadje.

Onder een brandende zon wandelen we richting centrum. Voorbij de kasteelmuur zien we enkele mannen lopen in witte broeken, witte blouses, en allemaal een grote rode lap aan hun broekriem. Even vrezen we terecht gekomen te zijn in dat plaatsje waar ze stieren loslaten in de straten, maar als we verder lopen zien we dat echt iederéén gekleed is in het wit met een rode lap. Op een handjevol mensen na, dat zijn dus de toeristen, die een beetje verdwaasd rondkijken. Inclusief wij.

Ik zie een groepje tienermeiden staan, en vraag wat er eigenlijk te doen is. Het blijkt een jaarlijks feest te zijn, dat 3 dagen duurt. Ik heb niet begrepen wát precies, iets met ‘holy’, maar dat google ik thuis wel een keer. Op het plein is het druk. In de straatjes en steegjes is het verlaten. De winkeltjes, supermarkt en terrasjes zijn ook gesloten vanwege het feest. Om nu middenin tussen de roodwitte feestvierders te gaan zitten, en aan te schuiven aan de drankkraam zien we niet zo zitten. Weer een tegenvaller.


Dan gaan we het kasteel maar bezoeken. We kopen een ticket, en volgen de pijl naar de ingang. Als het geld kost, zal er wel iets te zien zijn. Niet dus. Het is van binnen gewoon een kasteel zoals een gemiddeld kasteel nu eenmaal is. Veel kamers, veel kleine openingen, draaitrappen, wat torentjes en een leuk uitzicht. Vrij vlot zijn we weer bij de uitgang.




Er is helemaal niks mis met dit stadje hoor. We zijn alleen op de verkeerde dag op de verkeerde plek. Het is nu niet het moment om ons lijstje met plaatsen verder af te werken. De volgende plek is namelijk gewoon een parking, zonder voorzieningen, om van daaruit dat natuurpark te bezoeken. We willen nu toch eerst ergens iets kunnen eten, of tenminste boodschappen doen. We stellen de navigatie in op een andere camperplek die we via de app vinden, en gaan weer op weg. De plek valt best mee. Het is niet super, maar over een gratis plek moet je niet teveel zeuren. Je staat aan de rand van een dorpje. Er zijn bankjes, er is een uitzicht op een berg met een kasteel, en we zijn de enigen. Ik zoek de dichtstbijzijnde supermarkt op, en we staan alweer voor een gesloten deur. Ook dit mag bij de ‘collectie tegenvallers’.

Het is een piepkleine supermarkt, maar vanwege diezelfde feesten ook een paar dagen gesloten. Het wordt hier wat minder uitbundig gevierd als in Olite, maar toch ook weer roodwit geklede mensen en verlaten steegjes.

Dat jaarlijkse ‘holy‘ feest blijkt dus in heel de regio Navarra gevierd te worden. Daar staan we dan. Opnieuw de camperapp, en juist voorbij de Navarra-grens pikken we een camping uit in de regio La Rioja. Een stadscamping. Met vele positieve reviews. Misschien wel leuk om daar enkele dagen te blijven staan dan. Net voor we er zijn zien we een grote supermarkt. We slaan wat voorraad in, dus we kunnen er eventueel weer een paar dagen tegenaan als straks alles gesloten is.
Tegen 21 uur melden we ons bij de receptie op de camping. “Sorry, helemaal vol”. Hij moet de teleurstelling hebben gemerkt, want hij vervolgt in half Spaans / half Engels dat ie misschien nog ergens een plekje weet, voor één nacht, waar hij ons eventueel nog tussenin kan proppen, als we geen te grote camper hebben. (vrije vertaling) We antwoorden dat we echt maar een héél klein busje hebben, en we lopen met hem mee om de plek te bekijken. Het is een verschrikkelijk drukke camping. De campers en caravans staan dicht op elkaar, en tussendoor ook nog saaie verhuurhuisjes. Dit is het soort camping dat we normaal gezien vermijden. Vandaag zijn we blij dat ie ergens achteraan nog één open plek heeft. Te nemen of te (ver)laten. We nemen ‘m. Het blijkt, in vergelijking met de rest, zelfs nog een van de royaalste plekken te zijn.

Zin om te koken hebben we niet meer echt. We staan vlak bij het centrum van de stad, dus we kunnen dan net zo goed daar een hapje gaan eten. Het is een wandeling van zo’n 10 minuten. Eerst een park door, daarna via een lange voetgangersbrug over de Ebro, en dan zijn we in het centrum van Logroño. Er is een gezellige drukte, en genoeg terrasjes. Luc bestelt een hamburger met frietjes, ik quesadillas. Hun guacemole is echt veel lekkerder dan die kant en klare die ze bij ons verkopen.

Het is al laat als we weer bij ons busje aankomen. We schenken allebei nog een glaasje wijn in, en gaan slapen.
Donderdag
Terwijl ik deze blog verder invul, zet Luc koffie en doet de afwas. Om 12 uur moeten we weer van de camping af, en het lukt zelfs om op tijd de poort uit te rijden. We zetten weer koers richting Navarra, om aldaar een natuurgebied te gaan bezoeken. We gaan er vanuit dat het daar niks uitmaakt dat het nog ‘feestdagen’ zijn. We moeten, zonder snelweg, zo’n kleine 100 kilometer doen, maar hier rondtoeren is geen straf. Ik verfrommel onze zorgvuldig uitgestippelde planning. Vanaf nu maar weer gewoon op ónze manier verder: op de bonnefooi.
