Ons uitzicht vanuit de bus:
De hele nacht en de hele ochtend is het doorgegaan met regenen. Klonk het gisterenavond nog gezellig, nu balen we er wel van. We staan op zo’n leuke, charmante, kleine camping. Verscholen in de natuur. Stookplekken erbij inclusief gebruik van stookhout. Douches, bootjes, wandelroute en plekjes aan het ‘strand’. De ideale ingrediënten voor een leuk verblijf. Maar nu is alles drassig en grijs en het ziet er niet naar uit dat het snel beter weer wordt. We blijven wat langer uitslapen, en het is al weer middag als we de camping verlaten. Beetje jammer wel. Was het warm en droog geweest waren we hier zeker nog wat langer blijven staan.
We draaien de E6 weer op. Misschien hadden we te hooggespannen verwachtingen van Noorwegen, maar hoe verder we de E6 volgen, hoe minder mooi het wordt. Het ruige gebied heeft plaatsgemaakt voor een rustigere natuur. De eenzame huisjes zijn vollere dorpen en steden geworden met te nette wijken. En ondanks dat je deze E6 nog niet kunt vergelijken met een drukke snelweg bij ons, vinden wij ‘m toch druk. Allebei vinden we er hier gewoon niet meer zoveel aan. Industrie, shopping centra, vrachtverkeer, te druk. Ik check online de kaart van Noorwegen. Ons plan om de E6 te volgen tot Trondheim, en van daaruit richting Oslo en nog een stukje Zweden kunnen we schrappen. Ik zie dat we bijna aan een afslag zijn waar we de weg 72 kunnen nemen die ons weer naar Zweden zal brengen. Samen met een kop koffie en een Zweedse chocoladereep die we nuttigen blijkt dit de beste beslissing van deze middag te zijn.
Deze weg is minder druk. Veel minder. We rijden weer in de natuur. Bossen, bergen, wild stromende riviertjes en na sommige bochten word je getrakteerd op een waterval. 
We rijden Zweden weer in. Jeuj! 
Tegen de avond komen we bij een camperplaats. Er is een schuilhutje en een stookplek. Er ligt geen houtvoorraad, dus we twijfelen even of we blijven of doorgaan. We gaan door. Om hier nou de hele avond binnen te blijven zitten spreekt ons niet aan. We stellen een cp in op de navigatie, zo’n 25 km verderop. Bij de eerstvolgende benzinepomp stoppen we, en stappen er buiten met 3 grote zakken stookhout. Zo. We zijn weer helemaal aangepast aan de weersomstandigheden hier. Het is nog wel fris, maar het is gestopt met regenen, da’s het belangrijkste.
De volgende camperplaats is een erg groot en goed onderhouden veld, met een vijver. Die vijver is eigenlijk wel wat overbodig aangezien het veld vlak naast een meer ligt. We parkeren de bus naast één van de stookplaatsen. Naast de stookplaats een enorm stookhoutwalhalla. Mag je gewoon gebruiken. Zitten we dan… zelfvoorzienend te zijn, met onze 3 dure zakken stammetjes. 
Deze camperplaats wordt onderhouden door vrijwilligers uit de buurt, zo lezen we op een bord. Het is gratis, maar een vrijwillige bijdrage is altijd welkom. Er staan verschillende hokjes met hout, er zijn veel staanplaatsen verspreid over het terrein. Het gras is vers gemaaid. Er is echt veel zorg aan besteed. En toch zijn wij de enigen die hier staan. Vreemd. 
Snel wat te eten klaarmaken, zodat we daarna lekker buiten kunnen zitten aan een vuurtje. Een aardappel/groentegratin, salade, worst voor Luc en halloumi voor mij. 
Terwijl de fluitketel op het vuur staat voor koffie, (en de afwas), hakt Luc vast een stammetje tot aanmaakhout.
En dan…. begint het harder te waaien….
We zien ons gezellig-kampvuur-avondje al helemaal in rook opgaan. Maar nu we dan toch zo voorbereid zijn, gaan we er mee door ook. Uiteraard maken we eerst de afweging of het veilig genoeg is. We vinden dat het nog kan. Met het aanmaakhout en de droge blokken hout hebben we al snel een vuurtje. Maar ook al gooien we er heel wat blokken op, echt warm krijgen we het niet. We houden het een hele tijd vol, al is het met een warme koffie in onze handen en ’n omslagdoek over de schouders getrokken. De wind waait de warmte van het vuur met de rook mee weg. Om 23 uur geven we het op, en nestelen ons in de bus. We kijken van hieruit naar het vuur wat heel langzaam dooft. 