Of het aan de gezonde buitenlucht ligt, of aan onszelf, dat weet ik niet. Maar alweer zijn we niet als eerste wakker hier. Tegen dat we met alles klaar zijn verlaten we zelfs als laatste dit veldje.
We gooien onze watertank weer vol en vullen een extra jerrycan. We lozen het afvalwater en legen de Porta potti. Om begrijpelijke redenen is dit zonder begeleidende foto’s. Het is net middag als we de camping afrijden en een vriendelijke eigenaresse ons uitzwaait.
In Gädedde tanken we de bus vol en doen boodschappen voor wel 3 dagen. Nu zijn we tenminste voorbereid als we de weg kwijtraken. We draaien een zandweg in van zo’n 16 km dat leidt naar Hällingsafallet, een waterval. Halverwege het zandpad, in Häggnäset, stoppen we bij een pottenbakker. Een klein houten gebouwtje waar enkele keramieken potjes en schaaltjes staan uitgestald. Deze zijn te koop. Ik vrees dat het ergens tussen hier en thuis kapot gaat rammelen in de bus, dus weer kopen we niks. We rijden verder naar de waterval. Het is niet ver wandelen vanaf de parking tot de waterval. Je loopt het bos in en vrijwel direct heb je een magnifiek uitzicht op een diepe kloof met aan de rechterkant de Hällingsafallet. Er hangt een nevel rond de waterval waardoor foto’s van de kloof er wat wazig uitzien. Van hieruit zijn er ook nog een paar wandelingen in dit natuurgebied te maken, maar het begint plots te stortregenen dus we rennen terug naar de camper. 



We besluiten het laatste stukje wildernisroute over te slaan. In plaats daarvan rijden we op de bonnefooi de grens over, Noorwegen in. Ik mag nog eens het stuur overnemen. We komen uit op weg 74 en het landschap begint alweer te veranderen. De weg is nog bochtiger dan we al gehad hebben. Het ene moment kijk je diep naar beneden, het andere moment kijk je op tegen rotsige hoge bergwanden. Af en toe een huis naast de weg, al dan niet bewoond, en heel weinig ander verkeer. Alsof ik hier al jaren woon manouvreer ik de bus moeiteloos door al deze decors. Ik zou hier echt wel kunnen wonen! Het weer verslechtert en soms lijkt het alsof we een mistige wereld inrijden. 
Een enkele keer moet ik even stoppen voor schapen op de weg. 
En jawel, ik moet ook een keer op de rem voor een overstekend rendier. Op zijn gemak kuiert hij de straat over. Hij weet dat hij hier ten alle tijde voorrang heeft. Ik pak snel mijn gsm voor een close-up. Net als ik mijn raam open heb stapt hij de struiken in. Vanachter die struiken blijft hij stilstaan en ons aankijken. Ik ben te laat dus, ik heb er alleen maar een zoekplaatje van kunnen maken. 
De 74 stopt aan de E6. Vanaf hier kunnen we kiezen of we richting noorden of zuiden willen. We kiezen zuidwaarts. Omdat het moet. Omdat we over anderhalve week alweer aan het werk moeten. Waarom zijn vakanties altijd te kort?
Tegen de avond schakelen we de app nog eens in voor een slaapplek. We kiezen ’n kleine afgelegen camping uit. We verlaten de grote weg en vinden de camping. Hij staat ons meteen wel aan. De Noorse eigenaar komt ons enthousiast tegemoet. Hij wijst waar de plekken zijn en zegt dat we zelf maar moeten kiezen waar we willen gaan staan. We krijgen ’n plattegrond mee van de camping. Zo een die hij zelf gemaakt heeft, in de vorm van een schatkaart. Zo leuk, er valt precies nog wel het een en ander te ontdekken hier.
We staan aan het einde van’ n strookje kampeerplaatsen. Naast een meer met een uitzicht op bomen en bergen die langzaam verdwijnen in ’n laaghangende mist.
Het regent, dus we blijven de rest van de avond in de bus. Het is jammer, maar toch heeft het ook wel iets gezelligs zo. Na het avondeten knus samen de afwas doen, en dan natafelen met een drankje erbij en een kaarsje.