Het is best koud als we wakker worden. De bergen aan de andere kant van het meer zijn gehuld in een grijze mist. De witte en grijze wolken vloeien langzaam over in het meer. 
We staan nog als enigen op deze plek. De andere camper is vanochtend al vroeg vertrokken. We drinken onze koffie aan de picknicktafel. Wat knackebrod, kaas en kippenvel erbij, en we genieten van het uitzicht. Het is een geweldige plek. Even overwegen we om hier nog een extra dag te blijven staan. Maar het is nu toch echt te fris om de hele dag buiten te zitten en te zwemmen, dus we gaan toch maar weer verder. Met ijskoud water wassen we ons, zijn dan plotseling klaarwakker, en geven weer gas richting Stromsund. 


Een beetje gas dan, want we moeten die hele 45 kilometer weer terug over die zandweg. Algauw zijn we daarna weer op de E45 en gaat het wat vlotter. Een dertigtal kilometers voor Stromsund zien we een loppis naast de weg. We zijn er al veel voorbij gereden maar nu stoppen we een keer. Ik hou er wel van om rond te snuisteren tussen oude spulletjes. 
Het is een klein huisje waarbij iedere kamer volgepropt is met een hoop muffe zooi en prullaria. En nog duur ook. Ik spot wel een supermooie rugzak. Zo’n grote, voor als je een eind gaat wandelen. Echt leder. Nog in goede staat, maar wel zichtbaar gebruikt. Mooi versleten dus eigenlijk. Hij zit nog comfortabel ook. De (omgerekende) prijs is zo’n 50 euro. Tot 45 euro krijg ik er afgedingd, niet meer. Ik wist het he, dat ik ons mam mee op vakantie had moeten nemen. Zij is veel beter in die zaken dan ik. Na wat getwijfel besluit ik de tas toch maar terug te hangen. We rijden weer verder en nog voor we Stromsund inrijden heb ik al spijt. Nu maar hopen dat ie er volgende week ergens, op de terugweg, nog staat.
We overnachten niet in Stromsund zelf. Nu we dan toch zo dicht bij onze favo plek van 3 jaar geleden zijn rijden we maar ineens door tot daar. Het is de eerste camperplaats die je tegenkomt op de wildernis route. De plek is nog steeds hetzelfde. Schuilhokje met stookplaats, picknickbankje, nog een stookplaats, en een bord met de melding dat het water uit het meer drinkbaar is. Een kastje waar je een vrijwillige bijdrage in mag doen voor deze overnachting. Een kastje met eigengemaakte jam en marmelade door een local. Je mag vrijwillig een bijdrage in het kistje stoppen. En een hokje waar je je behoefte kunt doen. Het is uiteraard tof dat ze deze plaatsen, maar ik heb er zelf niet zo’n behoefte aan.





Na het eten maakt Luc een kampvuur. Het lijkt meer alsof hij rooksignalen wil uitzenden. De beschikbare stammetjes hout zijn veel te vochtig voor een goed vuur. Gehuld in rook complimenteer ik hem met zijn outdoor skills. Ochja, we hebben altijd nog warme koffie! 