We worden wakker en horen de regendruppels op het dak van ons busje tikken. Het heeft wel iets gezelligs, al mag het gerust stoppen. Het heeft geen zin de tafel en stoelen buiten te zetten, dus we dekken de tafel in de bus. We ontbijten met knackebrod en koffie. Dit smaakt beter dan het gewone brood dat we tot nu toe gegeten hebben hier. Ineens komt de zon weer door en het is al snel weer een aangename temperatuur. Ik hang de halfnatte was terug op de waslijn. Met een beetje geluk droogt het nog voor we vertrekken. Intussen pakken we alles weer in, en bedenken onze volgende stop. De zon houdt het opnieuw voor bekeken en het begint weer te druppelen. Ik haal de was binnen, knoop 1 uiteinde achter aan het trapje van de bus, door de deur naar binnen, en knoop het andere uiteinde aan de bijrijderstoel. Ik hang voor de zoveelste keer de was op. Dan moet het maar zo. 
We willen naar de Trollenweg, en rijden eerst wat kilometers de verkeerde kant op. Onderweg helpt Luc nog even een Noorse camper met pech duwen. We kunnen bijna een sticker wegenhulp op onze bus plakken denk ik. Ook moeten we weer enkele keren stoppen voor een rendier op de weg. Ik blijf het fantastische beesten vinden. 

We keren om, en vervolgen deze keer de juiste route naar de trollenweg. Deze ligt op de weg naar Nipfjället, een natuurreservaat. Een enorm beeld van the old man of Nip, een trol, naast de kant van een dalende weg geeft aan dat je op de magische trollenweg bent. 
Als je hier je auto afzet en uit de versnelling, dan gaat ie ineens vanzelf achteruit bergop. It’s magic! Zo bizar. Ik weet de uitleg van dit fenomeen maar toch zie ik iets wat ik eigenlijk niet kan zien.
Het blijkt een optische illusie te zijn. Het lijkt, door de omgeving en door gebrek aan een horizon, alleen maar dat de weg bergop gaat. In werkelijkheid gaat de weg iets bergaf. Maar dit kun je dus echt niet zien, zelfs niet als je het weet.
Een eindje verderop parkeren we de bus aan de kant van de weg en maken een wandeling op de Nipfjället. Aan alle kanten heb je een prachtig uitzicht. Het is hier één en al natuur. 

Helaas mag je in een natuurreservaat niet camperen, dus na een stevige wandeling stappen we weer in onze bus en trekken verder. We gaan alvast richting Stromsund, maar zo ver gaan we nu niet meer rijden. Het zijn mooie binnenwegen die we moeten volgen, maar door al die oneffen wegen sukkel ik effe in slaap. Ik word wakker als Luc even op een parking is gestopt om zijn benen te strekken. Ik haal intussen de was voor de zoveelste keer van de draad. Maar nu is ie droog! We rijden weer verder. Tegen de avond zoeken we een camperplaats uit via de app. Als we dat eindelijk bereiken via een boel hobbelige zandwegen valt het ons een beetje tegen. Het is een kleine open plek in een bos. Op zich best leuk, maar we bekijken toch of er nog eentje in de buurt is. Luc vindt er ene die ons mooier lijkt. Het is wel 45 kilometer verderop maar heej…. wat stelt nu 45 kilometer voor op een roadtrip!? Het is één lange zandweg van 45 kilometer. Dwars door een natuurreservaat, Stadjän-Nipfjället. Bergop, bergaf, bochten en draaien, langs bossen en meren. Het is mooi, maar het schiet zo niet op natuurlijk. 
Uiteindelijk bereiken we de camperplaats en deze maakt die hele rit goed. Wat een mooi plekje weer. Unnamed road, ergens in de buurt van Messlingen. Erg afgelegen, naast een meer. Er staan een paar picknickbanken, een schuilhut, een paar stookplekken en aan de andere kant van het pad een houten toilethokje. Er staat maar één andere camper. 
Het is al aan de late kant, dus ik begin snel aan het avondeten. Curry madras, met een hele hoop verse zelfgesneden groenten. We gaan aan een van de houten picknickbanken zitten. Het is fris maar nog droog, al drijven de wolken dreigend boven het meer. Een koud wijntje erbij, de blog updaten voor het thuisfront, en morgen zien we wel weer. 