
En dan heb je ineens een ochtend dat je allebei pas om 10 uur wakker wordt! Een groot deel van de kampeerders is al vertrokken, maar daar hebben we gewoon doorheen geslapen dan. Er staan nog enkele campers en caravans en er arriveren zelfs al een paar nieuwe. We doen op ons gemak, we moeten nog bedenken of we nog een nachtje blijven of niet. Binnen 1 kilometer is een buurtsuper waar we naartoe kunnen wandelen, avondeten inslaan, en dan vanavond de grill aansteken in de kota. Aanlokkelijk idee, maar de regen en de koude wind zorgen ervoor dat we dan toch maar inpakken en verder rijden. Bij de buurtsuper slaan we wat eten en een wandelstok in. Niet zomaar een stok. Een stok met ingebouwd kompas. Ik zweer het je…. wij verdwalen nooit meer tijdens wandeltochten.
Op de wildernissroute rijden is ook geen straf natuurlijk. En ook al zijn we hier al een paar keer eerder geweest, het is toch weer een beetje anders. Toen was het in augustus en september, nu juni. Nu is het ook wel een stuk drukker dan toen we hier de eerste keer waren. Al zolang we in Zweden zijn, zien we geregeld de paarse, roze en witte lupines aan de kant van de weg. Ik vind ze prachtig. Omdat we nu toch op een stuk rijden waar amper verkeer is, zetten we de bus even aan de kant. Benen strekken en eindelijk eens wat foto’s van de bloemen maken.




We gaan niet de hele vildmarksvägen volgen, een stukje maar. Stekenjokk willen we sowieso wel effe meepakken op de route, daarna zien we wel weer. De eerste keer dat we in Stekenjokk waren, reden we echt tussen kuddes rendieren. De tweede keer zagen we er geen. Vandaag ook niet. Jammer, maar soit, we hebben er deze vakantie al echt veel gezien dus het is oké. Op de hoogtes zien we nog sneeuw liggen, maar ook hier en daar nog op de vlaktes. Eind juni en in de sneeuw lopen, hoe leuk!







Een stukje verder nemen we ergens een afslag richting Noorwegen. Het is een zandweg van zo’n 26 kilometer maar is heel goed berijdbaar. Veel kilometers kunnen we zo niet maken op een dag maar dat hoeft ook niet.



Op de park4night app zoeken we een plekje op. Het is een recent aangelegde plek met bankjes en een mooi uitzicht. De bus parkeren we met de kont richting dat uitzicht, kan ik vannacht mooi uit het slaapkamerraam kijken. Wat een mazzel. We hebben honger. Ik warm de pas gekochte goulashsoep uit blik op, en we eten die in de bus op. Als ik daarna een paar met tomaat en mozarella belegde flatbreads in de pan gooi, dekt Luc buiten de tafel. Het is koud, maar het gaat nog. Waarom binnen zitten als je buiten kunt zitten?



Daar komen we gauw achter. Ons enthousiasme om het feit dat hier geen muggen zijn, is al snel getemperd. Knutjes! Het stikt hier van de knutjes. Je kunt nergens staan of zitten of lopen zonder dat ze in grote aantallen rond je hoofd zwermen. En jeuken dat het doet als ze bijten!
‘En dan begint de ellende weer’
We druipen af. We gaan het gevecht niet aan. De muggenstick lijkt niet te werken tegen deze vijand dus we springen weer in de bus en keren terug naar een andere slaapplek. Enkele kilometers terug zijn we deze voorbij gereden maar we vonden het uitzicht niet zo fraai. Nu kan ons dat niet meer zoveel schelen. We parkeren alweer de bus en Luc stapt uit om te checken of het hier knutjesvrij is. Hij steekt zijn duim omhoog dat het in orde is. De bus rijden we op blokken tot ie waterpas staat. Of toch ongeveer. De stoelen kunnen buiten. En dan begint de ellende weer van voor af aan. Hele hordes knutjes krioelen zo rond onze kop dat er niks anders opzit dan de bus in te vluchten. Nu nog verhuizen zien we niet meer zitten, daarvoor vinden we het wat te laat worden. Het is nog een dilemma wat we morgen zullen doen. Ons eigenlijke idee volgen en naar de uitgezochte camping, die ons heel tof lijkt, ergens in het binnenland rijden? Of een plek uitzoeken aan de kust, omdat je daar de minste kans op muggen hebt? We houden niet echt van de kust, zeker niet als het er druk is. We houden meer van het binnenland. Anderzijds houden we niet van (extreem veel) muggen. Ook niet van knutjes trouwens.
Tegen 23 uur zijn ze ineens weer verdwenen. We kunnen weer normaal buiten komen. We gaan de omgeving wat verkennen. We staan vlakbij een gemeenschapshuis. Tegen de zijdeur staat nog een sneeuwschep. Aan de ene kant is een klein voetbalveldje, aan de andere kant een parking met een camperserviceplek, en daarachter de plek waar je kunt overnachten. We staan alleen. We hebben uitzicht op bossen en horen ver beneden een riviertje stromen. Het is hier zo groen begroeid dat we die niet echt goed kunnen zien. De plek ligt niet ver van de straat af. Er is hier bijna geen verkeer dus dat is absoluut niet storend.




Om middernacht gaan we weer terug naar de bus maar je zou hier in principe de hele nacht kunnen blijven wandelen zonder zaklamp. Het is nog steeds heel erg wennen, dat het altijd licht is. Alsof je brein niet kan vatten dat daglicht ook bedtijd kan zijn. Zonder klok zou ik hier ook geen besef hebben van de tijd.