
Ik schrik als ik wakker word en naar buiten kijk. Zo laat al? Opstaan! Ik zit recht, kijk op m’n telefoon hoe laat het is, en zie dat het pas half 5 is. Ik kruip nog even terug onder de deken. Enkele uren later moeten we wel opstaan, want de zon schijnt recht de bus in en het voelt alsof de verwarming op 10 staat.
Het slechte weer van gister heeft plaats gemaakt voor een heerlijk zonnetje. Ik wandel nog even richting het water, en drink mijn coffee on the rocks. Geen tijd voor ontbijt vandaag, we gaan weer verder.
Het Deense taaltje is erg leuk, maar hier rond blijven toeren zien we toch niet zo zitten. Vandaag is de planning dat we minstens de 2 bruggen overgaan, en dan nog een stukje Zweden in. En dat geeft ons onderweg wat tijd om na te denken wat we daarna zullen doen. Stukje midden Zweden en dan Noorwegen in? Of richting Stockholm en dan naar Zweeds en Fins Lapland? We zetten de navigatie alvast op Finland.
Het rijdt vlot door. Het is wel wat saai zo via de snelweg, maar als we nu wat kilometers willen maken, hebben we straks meer tijd in het Noorden. En het is ook wel gezellig zo met z’n tweetjes onderweg. We steken de Grote Beltbrug over, en zijn blij dat het niet meer zo hard waait als gisteren. Je moet nu het stuur al stevig vasthouden.

We zijn al eens eerder via de 2 bruggen naar Zweden gereden, en zijn vandaag wat verbaasd dat we allebei de weg niet herkennen. Maarja, dat kan, we vergeten wel meer. De navigatie kent misschien een kortere weg? Korter niet. Een andere wel. Zonder het direct door te hebben zitten we op het rijvak naar een Ferry. ‘Aha, dus dat pictogram op dat bord was geen rare brug. Dat was dus een boot!’ We hebben weer wat geleerd. Geen Øresundbrug vandaag dus. Nu we hier toch zijn, en de brug te ver terug rijden is, kopen we maar een ticket. Binnen een uurtje staan we in Zweden.
‘Dat was dus een boot!’

Alweer kunnen we wat kilometers maken. We nemen ergens een afslag om een paar boodschappen te doen voor het eten, en dan weer door. Een stukje voorbij Jönköping gaan we op zoek naar een slaapplek. De eerste die we vinden zou een mooie camping zijn met zicht op het meer. Redelijk duur, maar soit, als het dan echt zo’n mooie plek is kan dat. Er zijn genoeg vrije plaatsen. Sterker nog, alle plekken zijn nog leeg. Ik snap waarom. Oké, er is 1 plek bij van waaruit je zicht hebt op het meer, maar dan moet je wel flink op je tenen gaan staan. En de garages en bouwwerf negeren die tussen de plek en het meer liggen. Hier hebben we geen zin in. De volgende is enkele kilometers rijden via kronkelige smalle wegen. Een mooie route. Helaas vindt Luc de plek helemaal niks. Ik wel, maar we zijn met 2, dus liefst dat we het allebei tof vinden. We passeren er nog ene per toeval, maar dat is echt een parking. We hebben nog even tijd en proberen een camperplek bij een particulier. Wel 15 euro, zonder voorzieningen behalve water, maar ook uitzicht op het meer.
Deze keer is het geen verkooppraatje, dat uitzicht. We staan op een particulier stuk grond, bij iemand die 5 zulke plekken heeft. Er tegenover is een Loppis, die gaan we morgen even bekijken. Naast de oprit is een soort glazen huisje in de achtertuin van de mensen. Met veel plantjes, lampen, kaarsen, kacheltje, grote tafel vol hapjes en drankjes. En mensen. Het ziet er echt supergezellig uit. Steeds als we passeren zwaaien ze enthousiast. Wij ook. We besluiten hier te overnachten, en steken het geld in een envelopje in een brievenbus, helemaal volgens de instructies op een bord.

Ik kook een noedelschotel, en merk dat we zelfs genoeg hebben voor 2 dagen. Dat is makkelijk morgen. Luc gaat weer afwassen, en ik ga alvast met een koffie buiten zitten. De ondergaande zon is prachtig.



Het is al bijna middernacht als ik dit typ. Heel erg donker is het nog steeds niet. Het uitzicht vanuit de camper is nog steeds fantastisch. Nog snel een laatste foto. Bijna middernacht. Ik denk dat ik vannacht niet slaap, maar gewoon de hele nacht naar buiten ga liggen kijken.
