
Ik word pas wakker als Luc het water al bijgevuld heeft, en de koffie klaar is. Zo vast heb ik geslapen. Als ik naar buiten kijk snap ik waarom. Alles is nat, en niks slaapt zo goed als met regen dat op een dak tikt.
Terwijl we van de koffie slurpen, discussiëren we over het uitstapje naar het Irati-woud. We vinden nog 2 wegwerpregenjasjes achterin een kast. Al wel eens gebruikt, maar niet weggeworpen. We checken de weerapp en zien dat we die jasjes zeker nodig gaan hebben. Als de app gelijk heeft, blijft het zowat de hele dag regenen. Het wordt maximum 12 graden vanmiddag, en er staat een stevige wind. “Maar stom om het woud níet te gaan verkennen hè? We zijn er nu vlakbij, en het moet magisch mooi zijn. En zo erg is een beetje regen ook weer niet, we hebben jasjes.” Luc knikt, en zegt: “ja eigenlijk wel. Onnozel om nu terug naar de woestijn te gaan zeker? Kun jij daar ook eens rijden.” “Ja inderdaad, dat zou idioot zijn. Uhm….kop of munt doen? Kop is woestijn, munt is bos.” Ik gooi een muntstuk op m’n hand en munt ligt van boven. Behendig draai ik ‘m snel op m’n andere hand. Kop, ’t is woestijn! Gevolgd door een: “yes!”
Even later karren we weer vrolijk de ongeplande richting in. Onderweg slaan we in Pamplona nog wat boodschappen in, en kopen er een warm broodje wat we op de parking snel als lunch nemen. Tevens ontbijt, want dat hadden we vanmorgen nog niet gehad. Rond 16 uur zijn we weer in Bardenas Reales. We wisselen van kant en deze keer rij ik de route. Het waait hier wel, maar de zon schijnt goed en het voelt zo achter glas weer zomers. Muziek aan, ramen open, en terwijl we over het paadje schudden, genieten we weer van de uitzichten. Het blijft prachtig. Voorlopig.


Op het laatste stuk zet ik de bus even aan de kant, zodat we op het gemak kunnen uitzoeken welke kant we zullen opgaan. Terwijl we routes aan het bekijken zijn stopt er ineens een oude auto op de weg naast ons. De auto blijft stilstaan om een tegenligger door te laten. Beetje vreemd dat toen de tegenligger al uit zicht was, de auto nog bleef staan. Maarja, ze staat verder niemand in de weg dus we vinden het niet direct verdacht ofzo. Er zit een vrouw achter het stuur. Ze kijkt even opzij onze kant op, en geeft dan volle gas. Als een gek scheurt ze aan en draait even verder haar wagen onze kant uit, zo hard dat haar banden zelfs van de grond komen. Vlak voor ons staat ze stil en kijkt ons aan. Wij haar ook, want we weten niet zo goed wat eigenlijk de bedoeling is. We staan bijna snuit tegen snuit. Wat een raar mens. Ze haalt haar schouders eens op, en terwijl ze ons blijft aanstaren trapt ze de gas in en botst tegen onze bus.
“Verdomme zeg, wat een gekkin. Film ze!” commandeer ik Luc, maar we vinden zogauw mijn telefoon niet. Ik probeer zo snel als ik kan de bus terug te starten, maar moet m’n stoel ook nog terug naar voren schuiven. “Van plaats wisselen?” vraagt Luc. “Nope, geen tijd. Dat mens is totaal geschift, we gaan er hier niet uit, we gaan er vandoor.” De vrouw zet zich weer in de achteruit, om opnieuw een scheut gas vooruit te kunnen geven. Alweer tegen de bus, terwijl ze maar blijft zitten grijnzen. Waar zijn wij in godsnaam in terechtgekomen?
De vrouw zet haar auto wat schuin opzij en doet, alweer met die vreselijke grijns, een teken dat we voor haar door er langs kunnen. Luc wijst naar voor hoe ik kan draaien, en de vrouw rijdt ook alvast die kant uit. Maar no way dat ik daar langs ga, en ze dadelijk in onze zijdeur heb zitten. Ik heb ze in haar ogen gekeken en ik schat ze echt compleet gestoord in. Of een psychose, of drugs, maar mijn intuïtie zegt dat een rechtstreekse confrontatie geen goed idee is. Wegwezen! Het duurt te lang naar mijn zin, maar toch nog snel genoeg, lukt het me om achteruit te draaien en daar de weg op te sturen. Het is nog steeds de zandweg van de woestijn, maar ik vergeet de maximum snelheid. Met een dikke stofwolk achter me latend, ondertussen nauwlettend de achteruitkijkspiegel in de gaten houdend, bereiken we de grote baan.
Opgelucht, maar toch nog met de bibbers checken we onze voorkant. Fjoew, waar een bullbar al niet goed voor is. We rijden voorlopig nog even zonder navigatie verder. Het maakt nu niet uit waarheen. Als we wat van de schrik bekomen zijn, en onderweg de plaatsnaam zien staan waar we al eerder op de camperplaats hebben overnacht, besluiten we daar maar weer te gaan staan. De plek aan de rand van het dorpje Layana. De zon gaat al onder. Behalve een wokgerecht en een chardonnay hebben we niks meer op de planning staan voor vanavond. Genoeg actie geweest vandaag!
