Stekenjokk. Toen we hier in 2016 stonden, liepen er hele kuddes rendieren. Het was toen erg koud, rond het vriespunt. Het gaskacheltje lieten we ’s avonds en’ s morgens branden om de alkoof camper die we toen nog hadden te verwarmen. ’s Nachts durfde we deze niet te laten branden, maar hadden we schapenvellen op de matras gelegd voor wat extra warmte.
Hoe anders is het nu. De temperatuur schommelt rond de 14 graden. Wel staat er een harde wind met af en toe stormachtige windstoten. Je hoort en voelt de wind rond de bus, af en toe wiebelen we zelfs. Niet helemaal gerust ga ik slapen. Hopelijk staan we morgenvroeg nog recht.
Tegen half 5 ’s morgens word ik wakker. Dit is tevens het moment dat ook de zon weer opkomt. Ik kijk even buiten of het de moeite is om foto’ s te gaan trekken, maar het ziet er gewoon grijs uit. En het waait nog hard. Ik trek de deken terug over me heen en slaap nog even door. We staan pas laat op. We hebben nog net genoeg water om een fluitketel te vullen. Meer moet dat niet zijn. We hebben koffie!
Heel af en toe komt de zon er dan toch eens door. Maar verder blijft het grijs. Een beetje mist trekt over de bergen. Er is zover we rond kunnen kijken, en dat is heel ver, nog steeds geen rendier te bespeuren. Da’s jammer, maar desondanks blijft het hier een magisch mooie plek. 


We rijden weer verder na het ontbijt. Onderweg is het echt genieten van de uitzichten. De weg slingert steeds weer door een ander decor. Allemaal even mooi. Je kunt hier kilometers rijden zonder een tegenligger tegen te komen.
We nemen de afslag naar Bjurälven. Het is weer een zandweg. Links en rechts van deze zandweg staan bomen. Het lijken gewone berken, maar ze hebben bijna allemaal gedraaide stammen. Heel apart. 

Aan een kleine parking eindigt de weg. Van hieruit kun je te voet verder naar Bjurälven via een gemarkeerd wandelpad. Het begint als een lieflijk pad door een bloemetjeswei, naast een meer, met uitzicht op de bergen. Al snel wordt het een wat pittigere wandeling. Het pad slingert door de bergen. Hier en daar zijn houten planken gelegd op de drassige delen, zodat je zelf relatief droog blijft. Zaten we even hiervoor nog op een grote en bijna kale vlakte, nu wandelen we door dichtbegroeid groen. Het is veel klimmen en dalen waardoor het al gauw veel warmer lijkt dan de 15 graden dat het maar is. Gelukkig is er ook af en toe een verfrissend regenbuitje.
Onderweg komen we een vader met zijn zoontje tegen. De vader houdt ons staande en meldt dat er een man vermist is in dit bos. Hij was hier samen met een oudere man, is van het pad gegaan, maar is niet meer teruggekeerd. Of wij onderweg onze ogen open willen houden? We zeggen dat zeker te zullen doen. We letten onderweg op, maar blijven zelf wel op het pad. We kunnen het niet riskeren om hier de weg kwijt te raken. We kennen hier niks in de buurt. Het gebied is onbewoond en veel te groot. We hebben hier geen bereik met de gsm. En de enige proviand die we in onze rugzak hebben zitten is een 33cl flesje bruiswater. Echt wildernessproof is dat niet te noemen.
Een paar kilometer verder zien we ineens iemand lopen. Het is de vermiste man! Als we dichterbij komen zien we dat de oudere man er ook bij is. We zeggen dat we zijn signalement hadden doorgekregen, en dat we blij zijn dat we ‘m gevonden hebben.
Hoe was dit gebeurd? Ze waren uitgekomen bij een watervalletje. De vermiste man besloot van het pad te gaan en rondom te wandelen. De oudere man was wat moe en zou wel op hem wachten. Op dat moment passeerde de vader met zijn zoontje, en ze raakten aan de praat. De vader had verkeerdelijk begrepen dat er sprake was van een vermissing. Wij kwamen de 2 heren dus ook maar gewoon wandelend tegen op ons pad. We moeten er allemaal smakelijk om lachen en de man bedankt ons nog eens extra. “Thank you for finding me!” En geef toe… even leek het er toch op dat we een spannend verhaal hadden he.
Een stuk verder komen we een leuk houten hutje tegen. Met bankjes, een stookplaats en een apart hokje met toilet en stookhout. Je kunt hier gewoon overnachten als je wilt. Het lijkt me supertof, maar wij keren toch maar weer terug naar ons eigen huisje op wielen. Ook al hebben we maar zo’n 7 kilometers in de benen, het was toch een hele trip van ruim tweeënhalf uur. 





We gaan nu echt op zoek moeten naar een camping met faciliteiten. We willen douchen! En iets vinden waar we kunnen eten. We rijden de mooie route verder tot Gädedde. We vinden de camping direct en melden ons aan. We mogen ’n plaats uitkiezen voor de camper. We zien dat er binnen verschillende mensen aan tafeltjes zitten, dus we vragen of je hier ook kunt eten. Dat kan zeker, antwoordt het meisje. Nog tot 21 uur. Mooi, want buiten het knackebrod hebben we niks meer in de bus. We zijn ook zo’n gelukzakken he. Oké, de kwaliteit was weer wat matig. Kebab met frietjes, teveel saus en te weinig groentes. Maar de bediening was vriendelijk. En de prijs van, omgerekend ongeveer, €10 per persoon is inclusief frisdrank en koffie. Wie zei dat Scandinavië duur is?
Na een heerlijk warme douche zitten we weer fris en fruitig in de bus. Het is hier echt te koud vanavond om nog buiten te gaan zitten. Wat we morgen gaan doen weten we nog niet. Het laatste stukje wildernisroute? Of een eindje Noorwegen in? (we zitten nu tegen de Noorse grens).
We zien morgen wel weer.