Deze vrijdagochtend begint het toch nog zonnig te worden. We drinken koffie, slaan nog een praatje met een blije Zwitser die er bij is komen staan, en gaan weer naar Stromsund. Van hieruit gaan we de route starten. In omgekeerde richting. We halen een plattegrond van de route bij het toeristenburo. Altijd handig. Na een korte uitleg van een vriendelijke medewerkster gaan we op pad. Het eerste deel zou nog ‘mensen, winkels en cafés’ zijn. We stoppen onderweg voor de avondmaal boodschappen en rijden door tot Vilhelmina. In dit stadje zijn we 3 jaar geleden ook geweest, en we willen nu nog eens een koffie met een broodje of gebakje gaan eten daar. Ik heb de indruk dat er intussen nog meer leegstand is. Ook de bakker cq koffiebar waar we toen waren is er mee gestopt. Geen fika voor ons vandaag. We wandelen nog een paar verlaten straatjes door, lopen een 2ehands winkel binnen, en nog een winkeltje waar lokale Sami producten en handwerk verkocht worden. We kopen niets. 
We wandelen terug naar de bus en rijden tot een klein stukje buiten Vilhelmina. Hier ligt een mooie camping, die we toen ook al eens bezocht hadden. We zijn er toen zelfs 2 dagen blijven staan. Mooie plek aan een meer met eigen steiger. Gebruik van douches, toilet, keuken en woonkamer inbegrepen. Maar vandaag zien we dat het er behoorlijk vol staat. Waar er toen maar een handvol campers stonden staan ze nu volgepakt naast elkaar. Jammer. We kiezen dan maar weer een natuurplaats uit via de app.
Ook deze keer weer een schitterende plek. Niet afgelegen, het is niet ver van de weg af, maar toch rustig. En ja, hoe kan het ook anders, weer aan een meer. Met stookplaats, schuilhokje, wc-hokje. Ik maak eerst snel ons avondeten, verse broodjes hamburger. 
In het schuilhok liggen boomstammetjes ter beschikking. Gelukkig hebben we een bijl in de bus liggen. Luc hakt ze moeiteloos in stukken en in geen tijd hebben we een gezellig knetterend kampvuurtje. Met koffie. 

Het is nog licht. Het wordt hier niet vroeg donker. Later op de avond wisselen we de koffie in voor een pintje cq wijntje. De lucht krijgt prachtige kleuren. Echt zo mooi. Ik heb geprobeerd ze op foto te vangen. Zelfs de muggen kunnen ons niet naar binnen jagen. 
Als het laatste gehakte stammetje opgebrand is gaan we slapen.
We slapen zo goed dat het al 10 uur geweest is als we wakker worden. Het is een druilerige zaterdag. Tijd om verder te trekken. Na de koffie natuurlijk.
De omgeving wordt onderweg steeds mooier. De natuur is overal rondom je. Bergen, meren, rotsen, watervallen. De weg kronkelt er prachtig doorheen en er is amper ander verkeer. Onderweg stoppen we een paar keer voor een korte wandeling of het uitzicht. Ik wil hier wonen! 





We draaien een onverharde weg in naar Fatmomakke. Een Sami-dorp. Er zou daar ook een restaurant zijn, een winkel en een camping. Net voor je het dorpje inwandelt passeer je inderdaad een winkeltje. Een muf barakje vol oubollige souvenirs voor toeristen. Erg toeristisch is deze streek niet en dat verklaart waarschijnlijk waarom het lijkt alsof sommige items er al decennia uitgestald staan. Alweer kopen we niets.
Via een bruggetje steken we het water over en wandelen het oude Sami-dorp in. De typische houten hutjes, huisjes, kerk en kerkhof herkennen we van een gelijksoortig dorp dat we tijdens onze vorige Zweden trip bezocht hadden. Ik had verwacht dat hier meer te zien zou zijn. Er is verder ook bijna niemand.
Naast het dorpje ligt een natuurcamping. Voor 80 kronen kun je er staan. Voor 100 kronen krijg je er nog stroom bij. Het naastgelegen restaurant ziet er uit als een versleten frituur. We twijfelen even of we hier iets gaan eten, maar gaan toch liever ergens een boodschap doen en zelf koken.
Was dat effe een slecht idee. We onderschatten hier de wildernisroute. Op dit stuk is er maar 1 supermarkt in de buurt, en die is allang gesloten. En al staat half Zweden volgebouwd met pizzerias, in deze hele wijde omtrek is er geen enkele te vinden.
Met alleen nog maar knackebrod en een halve zak chips in de kast keren we terug naar Fatmomakke. Opnieuw die zandweg. We hebben geluk. Het restaurant is nog open. We zijn de enige klanten. We bestellen köttbullar en een drankje. (Uitgesproken door een Zweedse klinkt dat minder ranzig). We moeten 230 kronen afrekenen. Cash. Het gaat hier niet met de kaart. Heel toevallig hebben we kort daarvoor 300 kronen uit een automaat gehaald, voor het geval dat. Opgelucht dat we niks duurders besteld hebben betalen we. Met onze 70 kronen wisselgeld kunnen we nu niet meer de 80 kronen campingplaats betalen, dus we blijven dan alleen maar om te eten. De Zweedse balletjes in een bruine saus zijn op een kartonnen wegwerpbord gekwakt. (grappig detail: mijn autocorrect maakte hier in eerste instantie gekakt van). Een paar gekookte aardappelen erbij en een minuscuul stukje sla. Ook de koffie werd geserveerd in een wegwerpbeker. Zo jammer, maar het past wel bij het interieur waar sinds 1980 niks meer aan gedaan is. Maar we klagen niet. We hebben gegeten, en kunnen weer op pad. 
Nog een laatste foto vanop het bruggetje hier, tegen de zon in getrokken. 
We rijden door tot Stekenjokk. Dat is niet meer zo ver, en een mooie plek voor een overnachting met panoramische uitzichten. Stekenjokk staat bekend om de aanwezigheid van hopen grazende kuddes rendieren. We verwachten elk moment op de rem te moeten trappen voor zo’n overstekende kudde. Helaas zien we er deze avond geen enkele. We parkeren de camper op het hooggelegen plateau. Er staan nog meer campers. We kijken uit over de uitgestrekte vlakte en de besneeuwde bergtoppen. Het is hier koud en je hoort de wind rond de bus gieren. Dit is niet de plek voor een kampvuur of een uitgedraaide luifel.
We hebben geen watervoorraad meer om koffie te zetten, (zou dat met spa bruis lukken morgenochtend?) dus met een glaasje wijn erbij maak ik effe tijd om deze blog bij te werken. Nu nog even zonder foto’s van kuddes rendieren. Misschien straks nog. Of morgen. Of niet. We zien wel. 




